24 december 2014

Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT toch nog aangenomen door de Eerste Kamer

NL Nieuws Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT toch nog aangenomen door de Eerste Kamer

Door Aard-Jan Voortman Senior Tax Advisor bij Grant Thornton.

 

Op 22 december jl. heeft de Eerste Kamer toch nog ingestemd met de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT. Het bezoldigingsmaximum van de WNT (Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector) zal daarom nog per 1 januari 2015 verlaagd worden van 130% naar 100% van het ministersalaris.

 

Aanvankelijk zou de behandeling door de Eerste Kamer tot volgend jaar worden uitgesteld omdat de Eerste Kamer het te druk had. Dit zou echter betekenen dat de verlaging van het bezoldigingsmaximum van de WNT niet per 1 januari 2015 kon ingaan. Dit vond de meerderheid van de Eerste Kamer niet wenselijk en daarom is zij van het kerstreces teruggekomen om het  wetsvoorstel nog te behandelen. Een aantal fracties, waaronder de VVD, CDA en D66, stemden tegen het wetsvoorstel omdat zij vinden dat de huidige inkomensnorm eerst moet worden geëvalueerd. De meerderheid van de Eerste Kamer heeft toch ingestemd met het wetsvoorstel en daarom zal de WNT nog per 1 januari 2015 aangepast worden.

 

Verlaging bezoldigingsmaximum naar 100% van het ministersalaris
De belangrijkste wijziging van de WNT is dat het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen in de (semi)publieke sector verlaagd wordt tot 100% van het ministersalaris. Dit komt erop neer dat topfunctionarissen in de (semi)publieke sector in 2015 niet meer dan € 178.000 mogen verdienen, inclusief pensioenbijdragen en belaste onkostenvergoedingen. Topfunctionarissen die in 2015 nieuw aantreden zullen meteen onder de norm van 100% vallen.

 

Overgangsrecht
Voor topfunctionarissen die onder het huidige overgangsrecht vallen is er met oog op de rechtszekerheid voor gekozen om de huidige overgangsystematiek van de WNT in stand te laten. Dit betekent dat de bezoldiging per 1 januari 2013 vier jaar wordt gerespecteerd en vervolgens in drie jaar tijd wordt teruggebracht naar 130%. Daaropvolgend wordt de bezoldiging in twee jaar tijd teruggebracht naar 100%. De bezoldiging van topfunctionarissen die onder het huidige overgangsrecht vallen wordt daardoor uiterlijk per 1 januari 2022 verlaagd tot 100% van het ministersalaris.

 

Voor topfunctionarissen die niet onder het huidige overgangsrecht vallen, en waarvan de huidige bezoldiging tussen de 100% en 130% van het ministersalaris ligt, geldt dat de huidige bezoldiging vier jaar wordt gerespecteerd en vervolgens in drie jaar moet worden teruggebracht naar het nieuwe bezoldigingsmaximum van 100%. Ook voor deze categorie wordt de bezoldiging dus uiterlijk per 1 januari 2022 verlaagd tot 100% van het ministersalaris.

 

Sectorale normen
Voor onder meer zorginstellingen, onderwijsinstellingen, woningcorporaties en organisaties op het gebied van ontwikkelingssamenwerking gelden in de WNT specifieke staffels. Deze zijn vastgesteld in ministeriële regelingen, de zogeheten sectorale bezoldigingsnormen. De ministers Blok en Schippers hebben op 23 december aan de Tweede Kamer geschreven dat zij de resterende termijn tot 1 januari 2015 te kort achten om nog in 2014 op een zorgvuldige wijze te komen tot een evenwichtige indeling in klassen met bijbehorende bedragen voor de woningcorporaties en voor de zorg- en welzijnssector. Dit betekent dat de huidige staffels voor de woningcorporaties en voor de zorg- en welzijnssector in 2015 van kracht blijven, inclusief het huidige maximum van € 230.474 voor woningcorporaties en € 229.043 voor de zorg- en welzijnssector.

 

Toezichthouders
Toezichthouders mogen onder de nieuwe regels per 2015 maximaal 10% (leden van de raad van toezicht) en 15% (voorzitter van de raad van toezicht) van de voor de rechtspersoon geldende maximale bezoldiging verdienen. Tot op heden was dat respectievelijk 5% en 7,5%. Voor toezichthouders geldt ander overgangsrecht dan voor bestuurders. Ook voor toezichthouders wordt de huidige overgangssystematiek van de WNT in stand gelaten. Dit betekent dat de bezoldiging per 1 januari 2013 nog tot 1 januari 2017 wordt gerespecteerd en vervolgens in drie jaar tijd wordt afgebouwd tot de norm van 10% respectievelijk 15%. De wijziging ten opzichte van het huidige overgangsrecht is dat de afbouw niet plaatsvindt naar 5% respectievelijk 7,5%, maar naar de nieuwe norm van 10% respectievelijk 15%. Voor de bezoldigingsafspraken die na 1 januari 2013 en voor 2015 zijn gemaakt en derhalve aan de 5% respectievelijk 7,5%-norm moeten voldoen, geldt dat deze in 2015 verhoogd mogen worden tot 10% respectievelijk 15% van de voor de rechtspersoon geldende maximale bezoldiging.

 

Interim-topfunctionarissen
De normering voor interim-topfunctionarissen wordt aangepast. Enerzijds wijzigt de periode waarin topfunctionarissen die anders dan op grond van een dienstbetrekking werkzaam zijn, onder de normen van de WNT vallen. Indien de vervulling van de functie van interim-topfunctionaris binnen een toetsperiode van 18 maanden maximaal 12 maanden duurt, valt deze niet onder de reguliere normen van de WNT. Er zullen nog wel nadere regels worden gesteld over de maximale bezoldiging voor interim-topfunctionarissen die binnen de toetsperiode maximaal 12 maanden werken. Als de interim-topfunctionaris binnen de toetsperiode van 18 maanden meer dan 12 maanden werkt gelden de reguliere normen van de WNT.

 

Wat betekent dit voor u?

Wilt u weten wat de maatregelen concreet voor uw situatie betekenen of wilt u meer informatie over de WNT en de nieuwe regels per 2015? Neem dan contact op mr. Aard Jan Voortman (T 088-6769756, E aard-jan.voortman@gt.nl) of met mr. René Zijdeman (T 088-6769497, E rene.zijdeman@gt.nl).