25 april 2013

Verklaring Arbeidsrelatie vooral bij startende zelfstandigen en in de bouw

NL Nieuws Verklaring Arbeidsrelatie vooral bij startende zelfstandigen en in de bouw

Zelfstandigen zonder personeel hebben vanaf 2010 steeds vaker een Verklaring Arbeidsrelatie van de Belastingdienst. Vooral in de bouwsector en onder starters nam het gebruik van deze verklaring sterk toe. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

 

De Belastingdienst verstrekt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Voor de zelfstandige en zijn opdrachtgever is vooral de VAR winst uit onderneming (VAR-wuo) van belang. Met een VAR-wuo kan de opdrachtgever er zeker van zijn dat er geen loonheffing betaald hoeft te worden, ook niet achteraf. De Belastingdienst wijst een VAR resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-row) toe als hij de inkomsten niet beschouwt als loon of winst. De VAR-row wordt bijvoorbeeld toegekend als er volgens de Belastingdienst te weinig arbeidstijd in de onderneming wordt gestoken voor een VAR-wuo. De opdrachtgever heeft met de VAR-row nog geen zekerheid over eventuele loonheffingen: er moet nog getoetst worden of er werkelijk sprake is van een zelfstandige.

 

VAR

Dit artikel gaat over personen voor wie de VAR het meest relevant is: degenen die winstaangifte doen of waar sprake is van resultaat uit overige werkzaamheden. Zij zijn actief in een eenmanszaak, maatschap en/of vennootschap onder firma, ze zijn opgenomen in het Algemeen Bedrijven Register (ABR) en hebben geen werknemers in loondienst. Ze worden in dit artikel aangeduid als zelfstandigen zonder personeel. Het gaat in totaal om 1 miljoen personen in 2011. Hierbij zijn ook zelfstandigen inbegrepen die hun werkzaamheden in de eigen onderneming uitvoeren als tweede of derde werkkring naast een baan in loondienst. Ook is geen minimum voor het aantal als zelfstandige gewerkte uren aangehouden. De omvang van de hier beschreven groep is groter dan het aantal zelfstandigen zonder personeel in de werkzame beroepsbevolking, dat in 2011 uitkwam op 728 duizend personen. Daar gaat het om degenen die minimaal twaalf uur per week werken en voor wie hun werk als zelfstandige de belangrijkste baan is.

 

In 2011 heeft een op de acht VAR-wuo

De VAR is in 2005 ingevoerd. Tussen 2007 en 2009 beschikte ongeveer 2 procent van de zelfstandigen zonder personeel over een VAR-wuo. In 2010 en 2011 is er een duidelijke toename van het gebruik van de VAR-wuo onder de zelfstandigen zonder personeel. In 2010 lag het percentage op ruim 8 procent en in 2011 op bijna 12 procent. Ook het gebruik van de VAR-row nam vanaf 2010 toe bij zelfstandigen zonder personeel. In 2011 had ruim 3,5 procent een VAR-row.

 

Relatief veel VAR-row in zorg en onderwijs

Het aantal verleende VAR-verklaringen aan zelfstandigen zonder personeel vertoont vanaf 2010 in alle bedrijfssectoren een sterke toename. Bij de nijverheid (inclusief bouw) is in 2011 het grootste percentage VAR-wuo verklaringen te vinden (21 procent), bij landbouw is het met 5 procent het laagst. Opvallend is het grote aandeel VAR-row verklaringen in de niet-commerciële dienstverlening. Het gaat daarbij vooral om zelfstandigen die werkzaam zijn in de zorg en het onderwijs. In de zorg gaat het met name om de paramedische zorg, de thuiszorg of de psychotherapie. In het onderwijs zijn het doorgaans zelfstandigen die opleidingen of trainingen aanbieden. Zij hebben vaak ook een baan in loondienst, waarschijnlijk steken ze daardoor te weinig tijd in hun eigen bedrijf om voor een VAR-wuo in aanmerking te komen.

 

Vooral starters hebben VAR-verklaring

Zelfstandigen zonder personeel die in 2011 zijn gestart hebben vaker een VAR-wuo (18,6 procent) dan degenen die al langere tijd zelfstandige zijn (10,5 procent). In de laatste jaren zijn er steeds meer zelfstandigen bijgekomen die alleen diensten aanbieden: eerder onderzoek liet zien dat de zelfstandigen zonder personeel die eerder werknemer waren, vrijwel allemaal diensten aanbieden. Juist voor zelfstandigen die diensten aanbieden is de VAR-wuo belangrijk, want zij hebben te maken met opdrachtgevers en moeten kunnen aantonen dat er geen sprake is van verkapte loondienst.

Er zijn echter wel verschillen tussen de bedrijfssectoren. Zo heeft in de nijverheid (inclusief bouw) 40 procent van de starters een VAR-wuo, tegen 20 procent van de al langer actieve zelfstandigen zonder personeel. In de andere sectoren is het verschil tussen startende en al langer actieve zelfstandigen kleiner.

 

VAR-verklaringen naar bedrijfstak

De bedrijfssectoren zijn opgebouwd uit verschillende bedrijfstakken, waarvan de grootste (minimaal 1 000 ondernemingen) nader onderzocht zijn. Daarbij is ook onderscheid gemaakt tussen de starters en de bestaande zelfstandigen zonder personeel. In 2011 hebben de zelfstandigen in de bedrijfstak grond-, water- en wegenbouw het vaakst een VAR-wuo verklaring (33 procent). Bijna een kwart van hen is in 2011 gestart als zelfstandige.

 

Vaakst VAR-wuo in bedrijfstak post en koeriers

De commerciële dienstverlening kent veel verschillende bedrijfstakken die niet in gelijke mate gebruik maken van de VAR-wuo. Bij de ‘klassieke' zelfstandigen (zoals winkeliers, hoteleigenaren en horeca-eigenaren) is het percentage VAR-wuo verklaringen zeer klein. Deze zelfstandigen hebben minder behoefte aan zo'n verklaring omdat zij vooral te maken hebben met particuliere klanten in plaats van bedrijfsmatige klanten (opdrachtgevers).

Zelfstandigen zonder personeel van wie het werk ook in loondienst gedaan kan worden, zijn wel gebaat bij een VAR-wuo. De bedrijfstakken post- en koeriers, managementadvies, beveiliging en film en tv-productie kennen met 24 procent het grootste aandeel zelfstandigen met een VAR-wuo verklaring. Ongeveer een kwart van de VAR-wuo verklaringen bij post en koeriers betreft zelfstandigen die in 2011 zijn gestart. De VAR-row komt vaak voor bij zelfstandigen die actief zijn in industrieel ontwerp en vormgeving en bij beveiliging en opsporing. Ook hiervan is ongeveer een kwart starter.