24 april 2013

Successiewet discrimineert niet

NL Nieuws Successiewet discrimineert niet

Het gerechtshof in Den Bosch heeft de belastingdienst in hoger beroep in het gelijk gesteld in een erfbelastingzaak. De vraag die hierbij centraal stond was: discrimineert de Nederlandse Successiewet als het gaat om het onderscheid in erfbelasting over privévermogen en die over ondernemingsvermogen? De belanghebbende erfgenaam in deze zaak vond van wel. De rechter in Breda gaf hem eerder gelijk. Het hof heeft beslist dat van discriminatie geen sprake is.


In deze zaak gaat het om een erfgenaam die in 2007 een boerderij met woning en landbouwgronden erft van een familielid. Tot 2004 maakten deze bezittingen deel uit van het ondernemingsvermogen van dit familielid. Direct na zijn overlijden is de erfgenaam de boerderij met woning en landbouwgronden gaan gebruiken in zijn eigen onderneming: een grondverzet- en bestratingbedrijf. De belastingdienst legde hem een aanslag erfbelasting op voor het volle pond. De erfgenaam vond dat hij in aanmerking kwam voor de gedeeltelijke vrijstelling die geldt bij de verkrijging van een onderneming. De rechtbank gaf de erfgenaam op 13 juli 2012 gelijk door te beslissen dat het niet verlenen van die vrijstelling in strijd is met het internationale verbod op discriminatie.


Achtergrond van deze rechtsvraag
In de Successiewet staat dat als u iets erft, u erfbelasting moet betalen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen privévermogen en ondernemingsvermogen. Gaat het om privévermogen dan betaalt de erfgenaam het volle pond. In geval van bedrijfsopvolging (en dus ondernemingsvermogen) geldt een vrijstelling. De vrijstelling (een percentage van het verkregen ondernemingsvermogen) is in de loop der tijd is stappen verhoogd van 30 procent in 2002, tot 60 procent in 2005, tot 75 procent in 2007 en tot 100 procent in 2010. In eerste instantie was de achtergrond van die vrijstelling het voorkomen dat vanwege betaling van erfbelasting een bedrijf moest stoppen of moest worden verkocht.


De rechtbank volgde deze redenering, maar zei tegelijk: een particulier zou ook in een vergelijkbare situatie kunnen belanden, bijvoorbeeld als iemand een huis erft. De erfgenaam zou - om de erfbelasting te kunnen betalen - gedwongen kunnen worden het huis te verkopen. Daarmee, zei de rechtbank, zijn het vergelijkbare gevallen en dus moet die particulier ook die vrijstelling krijgen, want anders is er sprake van discriminatie. Het wachten is nu op het oordeel van de Hoge Raad.


Ruime beoordelingsmarge
Volgens het hof heeft de wetgever in de loop der tijd een ander doel aan deze vrijstelling toegekend, namelijk in alle gevallen de continuïteit van ondernemingen waarborgen. Dus ook als betalingsproblemen helemaal geen rol spelen. Daarom zegt het hof dat de wetgever bij dat andere doel van de vrijstelling onderscheid mag maken tussen ondernemers en particulieren. Er is dan geen sprake van discriminatie.


Vragen?
Heeft u vragen naar aanleiding van de uitspraak van de belastingrechter of heeft u vragen over de successiewet in zijn algemeen?