02 mei 2013

Sociaal akkoord: het ‘Mondriaan’ akkoord

NL Nieuws Sociaal akkoord: het ‘Mondriaan’ akkoord

Op 11 april jl. is er door de regering met de sociale partners een akkoord gesloten. Nog onduidelijk is of de overeengekomen maatregelen in het kader van de lastenverlichting ook daadwerkelijk doorgaan. Einde van de zomer 2013 weten we hopelijk meer, maar wij geven u alvast beknopt weer welke effecten het akkoord heeft op de loonheffingen. Ook leest u enkele consequenties op pensioengebied.

 

  • De crisisheffing van 16% voor salarissen boven de 150.000 euro die eenmalig ook volgend jaar zou doorgaan wordt niet doorgezet.
  • Het tijdelijk buiten werking zetten van de RVU (Regeling Vervroegd Uittreden) in 2016. De RVU is een werkgeversheffing van 52% voor met name afkoopsommen en schadeloosstellingen bij oudere werknemers.

  • Nieuw ontslagsysteem/maximale vergoeding per 1 januari 2016.

  • Heroriëntatie werknemersverzekeringen. Het afschaffen van de verhaalsmogelijkheid WGA premie en invoering van een werknemersbijdrage in de werkloosheidspremie (WW) met ingang van 1 januari 2016. Vanaf 2009 was deze bijdrage van de werknemer nihil en is sinds de invoering van de Wet Uniformering Loonbegrip een werkgeverslast geworden. De sociale partners willen de WW uitkering op maximaal 3 jaar houden en daarvoor moet er een bijdrage komen vanuit de werknemer. Hoe deze bijdrage eruit gaat zien (bruto of netto) is nog onzeker.

  • Verlaging van de administratieve lasten voor de werkgever die jongeren met een klein baantje in dienst hebben.

  • Bevorderen van een duurzame ZZP-er en het tegengaan van de schijnzelfstandigheid. De VAR zal in de toekomst door de ZZP-er in samenwerking met de inlener aangevraagd moeten worden.

  • Bij belasting en premieheffing striktere toepassing van het werklandprincipe.

 

Sociaal akkoord op pensioengebied

Per 1 januari 2015 zal de pensioenopbouw verder worden versoberd. De maximale opbouw in middelloon wordt 1,75%, in eindloon 1,55%. Opbouw kan nog slechts fiscaal gefaciliteerd plaatsvinden over een pensioengevend salaris van maximaal 100.000 euro. Het wetsvoorstel voor deze wijzigingen is recent al ingediend bij de Tweede Kamer.

 

In ieder geval blijft de reeds aangenomen verlaging van de opbouwpercentages (naar 1,9% eindloon en 2,15% middelloon) en aanpassing van de pensioenrichtleeftijd naar 67 jaar per 1 januari 2014 staan.

 

Er is nog wel ruimte gegeven aan de sociale partners om te komen tot een opbouwpercentage van 2% per jaar. Er zijn hierbij twee varianten benoemd, die nader worden onderzocht.

  • In aanvulling op de fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw van 1,75% netto pensioen sparen in box 3, met een vrijstelling tot 2% opbouw per jaar. Deze netto spaarmogelijkheid moet via CAO afspraken worden geregeld.

  • Belastingheffing over de pensioenpremies op het moment van inleg, met een vrijstelling in box 3 voor het gespaarde pensioengeld.

 

Deze beide varianten dienen vóór 1 juni 2013 door de sociale partners te worden uitgewerkt.

 

Overige punten

  • Met ingang van 1 januari 2015 moet ook het Financieel Toetsingskader (FTK) en de overgang van pensioenen naar het zogenaamde ‘reële pensioenstelsel’ zijn beslag gaan krijgen.

  • Aan het kabinet is gevraagd om een wettelijke regeling omtrent het omzetten van bestaande pensioenrechten in het nieuwe pensioenstelsel (het zogenaamde ‘invaren van oude rechten’).

  • Partijen wensen een meer stabiele rentevoet voor de waardering van pensioenverplichtingen, om in de toekomst afstempelen van pensioenen en verdere premiestijgingen te kunnen voorkomen.

 

Zoals aangegeven zal het akkoord verder uitgewerkt moeten worden en wij zullen u daarvan uiteraard op de hoogte houden. Heeft u ondertussen een vraag over dit ‘Mondriaan’ akkoord dan kunt u contact opnemen met uw vaste contactpersoon of met één van onze HR Services specialisten.