28 februari 2014

Reactie Grant Thornton op RJ-Uiting 2014-1

NL Nieuws Reactie Grant Thornton op RJ-Uiting 2014-1

Op 15 januari reageerde Grant Thornton schriftelijk op de RJ-Uiting 2014-1 “Pensioenvoorziening directeuren-grootaandeelhouder”. Een weergave van onze reactie staat hieronder.


Vanuit het theoretisch kader zijn wij het ermee eens dat het waarderen van een pensioenvoorziening-in-eigen-beheer op commerciële grondslagen de voorkeur verdient boven een pensioenvoorziening in eigen beheer op fiscale grondslagen. Echter naar onze mening zouden de praktische bezwaren die deze wijziging in de praktijk zouden geven, wel sterk meegewogen moeten worden bij de uiteindelijke keuze.

 

Veelal is de pensioenvoorziening in eigen beheer op commerciële grondslagen een factor 1,7 tot 2,5 hoger dan op fiscale grondslagen. Dit wordt met name veroorzaakt door verschillen in rekenrente, risico vooroverlijden dat fiscaal niet gewaardeerd mag worden, toegezegde na-indexatie en vóór-indexatie dat fiscaal niet gewaardeerd mag worden, leeftijdsterugstellingen die fiscaal niet meegenomen mogen worden, evenals kosten en winstopslag.

 

Gelet op de functie die de jaarrekening geeft, namelijk een getrouw beeld geven van het vermogen en van het resultaat van de vennootschap, zijn wij er een voorstander van om de pensioenvoorziening-in-eigen-beheer op commerciële grondslagen te waarderen. De verplichting die er is ten aanzien van pensioenen-in-eigen-beheer komt op deze manier beter tot uitdrukking, en betreft de feitelijke verplichting aan de DGA. Zo wordt voorkomen dat de jaarrekening een te rooskleurig beeld geeft, en dat het eigen vermogen te hoog wordt voorgesteld.

 

Voorts wordt beter aangesloten op de criteria van de uitkeringstoets bij onder andere (dividend uitkeringen teneinde te bepalen welk deel van het vermogen uitgekeerd kan worden. Wanneer een dividenduitkering wordt voorgesteld bij een rechtspersoon waar sprake is van pensioen-in-eigen-beheer op fiscale grondslagen, dan wordt namelijk het vermogen aangepast voor een deel van het verschil tussen commercieel en fiscaal van deze pensioenvoorziening.

 

Echter het effect van deze wijziging ons inziens sterk onderbelicht gebleven. Op dit moment zijn als gevolg van de economische crisis de vermogensposities van veel ondernemingen verslechterd c.q. zijn onder water komen te staan. Wanneer de pensioenvoorziening-in-eigen-beheer op commerciële grondslagen gewaardeerd moet worden, zal deze vermogenspositie verder aanzienlijk verslechteren. Gevolg kan zijn dat niet langer voldaan wordt aan bepaalde solvabiliteitseisen, en dat (bank)schulden direct opeisbaar
worden.

 

Wij willen u daarom adviseren meer onderzoek te doen naar het maatschappelijk belang en het maatschappelijk effect van deze wijziging, evenals bij banken/financiële instellingen navraag te doen, voor zover nog niet geschied, met de vraag hoe zij hier tegenover staan. Eventueel kan gedacht worden aan een overgangsregime.’


Voorts willen wij voorstellen om in ieder geval kleine rechtspersonen, en ook middelgrote rechtspersonen, uit te zonderen, gelet op administratieve lastenverzwaring en de functie van de jaarrekening.