08 april 2013

Ondernemer mag kosten onzelfstandige werkruimte in woning partner niet aftrekken

NL Nieuws Ondernemer mag kosten onzelfstandige werkruimte in woning partner niet aftrekken

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat een ondernemer geen huisvestingskosten ten laste van zijn winst kan brengen nu hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn werkruimte een zelfstandig gedeelte van de woning vormt als bedoeld in de Wet IB 2001.

 

De ondernemer drijft vanuit een woning waarin hij samen met zijn partner woont een onderneming. Het eigendom van de woning berust volledig bij de partner met wie de ondernemer geen gemeenschap van goederen heeft. Hij verricht zijn ondernemingswerkzaamheden vanuit een werkkamer in de woning. Hij brengt in zijn aangifte IB/PVV een bedrag van € 7.555 aan huisvestingskosten in aftrek. In geschil is of de inspecteur de aftrek van deze kosten terecht heeft geweigerd.

 

Het hof oordeelt dat de ondernemer geen huisvestingskosten ten laste van zijn winst kan brengen nu hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn werkruimte een naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van de woning vormt als bedoeld in art. 3.16 Wet IB 2001. Het hof acht zich, gelet op art. 11 Wet algemene bepalingen, niet bevoegd om zich uit te laten over de stelling van de ondernemer dat art. 3.16 Wet IB 2001 hem ongunstiger behandelt dan ondernemers met werkruimte elders. Van strijd met het vrije verkeer van goederen en diensten als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de EU kan geen sprake zijn omdat zich hier niet een situatie voordoet waarop dit verdrag van toepassing is. Het hoger beroep van de ondernemer is ongegrond.