25 september 2014

Nieuwe systematiek beoordeling arbeidsrelatie

NL Nieuws Nieuwe systematiek beoordeling arbeidsrelatie

Door Hans Piersma partner bij Grant Thornton.

 

De staatssecretaris heeft op 22 september 2014 – zoals eerder al op Prinsjesdag aangekondigd – bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘beschikking geen loonheffingen’ ingediend. Dit wetsvoorstel houdt een nieuwe systematiek in voor de fiscale kwalificatie van arbeidsrelaties. Hierna gaan wij in op de belangrijkste wijzigingen.

 

Sinds 2001 is het voor een zelfstandig ondernemer mogelijk een beschikking aan te vragen om vooraf zekerheid te krijgen over de (fiscale) kwalificatie van zijn inkomsten: de Verklaring Arbeidsrelatie (kortweg: VAR). De kwalificatie in de VAR geeft opdrachtgevers aan wie de VAR wordt overhandigd duidelijkheid over de vraag of zij wel of niet loonheffingen moet inhouden en afdragen. Als het inkomen van een zelfstandige bijvoorbeeld is aangemerkt als winst uit onderneming zal de opdrachtgever geen loonheffingen hoeven in te houden.

 

De hiervoor beschreven systematiek gaat veranderen als het aan de staatssecretaris ligt. Doel van het wetsvoorstel is om zogenaamde schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Schijnzelfstandigheid betreft de situatie dat materieel gezien sprake is van een dienstbetrekking, maar dat de inhouding van loonheffingen achterwege blijft door de afgifte van een achteraf onjuiste VAR.  Het voorstel beoogt dit te voorkomen. De belangrijkste wijzigingen op een rij:

 

VAR wordt vervangen door Beschikking geen loonheffingen
De VAR komt te vervallen en wordt vervangen door de Beschikking geen loonheffingen (BGL). De BGL is een beschikking die de opdrachtgever duidelijkheid geeft over de gevolgen van een arbeidsrelatie voor de loonheffingen. De BGL geeft dus geen zekerheid aan de zelfstandig ondernemer over de vraag of hij loon uit dienstbetrekking of winst uit onderneming geniet.

 

Medeverantwoordelijkheid opdrachtgever
Onder de oude systematiek kon een opdrachtgever zich automatisch op de VAR beroepen. Een belangrijke wijziging ten opzichte van deze systematiek is dat de opdrachtgever medeverantwoordelijk wordt voor de aanvraag van de BGL. Dit betekent dat de opdrachtgever de punten waar hij invloed op kan uitoefenen moet controleren. Dit betreft bijvoorbeeld vragen naar de wijze van vervanging van opdrachtnemers of de vraag naar de aansprakelijkheid bij schade tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De opdrachtgever wordt dus ingeschakeld om mede te beoordelen of de feiten en omstandigheden zoals die op de BGL vermeld gaan worden, daadwerkelijk overeenkomen met de wijze waarop in de praktijk gewerkt wordt. Alleen als de opdrachtgever de punten waar hij invloed op heeft controleert en deze komen overeen met de praktijk, weet hij zeker dat hij geen loonheffingen hoeft in te houden.

 

VAR aanvraag wordt vervangen door Webmodule
Een nieuwe webmodule vervangt de VAR aanvraag. De webmodule bestaat uit een serie vragen die zijn gebaseerd op de wet en rechtspraak. Aan de hand van de antwoorden wordt de arbeidsrelatie fiscaal geduid. Na het invullen van de vragenlijst wordt duidelijk of de opdrachtgever loonheffingen moet inhouden of niet.

 

Overgangsrecht
De VAR 2014 blijft geldig tot de inwerkingtreding van de nieuwe systematiek. Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen tot die tijd dus nog werken met de VAR. De staatssecretaris heeft ook aangegeven dat de webmodule voor de inwerkingtreding  beschikbaar komt, zodat belanghebbende voldoende tijd hebben om zich aan te passen.

 

Het blijft echter nog wel de vraag of het voorstel ongewijzigd zal worden ingevoerd. Verschillende belangenorganisaties van zelfstandige hebben zich al fel gekeerd tegen de mogelijke invoering van de BGL.