12 juli 2013

Nederland heffingsbevoegd over loon dga Belgische bvba

NL Nieuws Nederland heffingsbevoegd over loon dga Belgische bvba

De Hoge Raad heeft op 12 juli geoordeeld dat Nederland niet is gehouden eenzijdig terug te treden wanneer dubbele heffing optreedt door afwijkende uitleg van een belastingverdrag in het andere land. De Hoge Raad is het eens met de beslissing van het hof dat een Belgische bvba omkering van de bewijslast niet kon voorkomen door na ontvangst van de naheffingsaanslag de inhoudingsplicht gemotiveerd ter discussie te stellen.

 

De bvba is een Belgische vennootschap waarvan alle aandelen in handen zijn van een in België woonachtige dga. Deze dga verricht tegen beloning werkzaamheden voor de bvba in Nederland en België. In België valt het loon onder de personenbelasting en wordt tevens een aanvullende gemeentebelasting geheven. De Belgische autoriteiten verlenen geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.

 

Hof Den Bosch oordeelt dat het loon op grond van art. 15 van het verdrag in Nederland belastbaar is en daarom niet is onderworpen aan Belgische personenbelasting. Het loon is wel onderworpen aan een aanvullende gemeentebelasting, maar dit is geen belasting die door of vanwege een andere mogendheid wordt geheven als bedoeld in art. 2 lid 5 Wet LB 1964.

De Hoge Raad oordeelt dat Nederland niet gehouden is eenzijdig terug te treden wanneer dubbele heffing optreedt door afwijkende uitleg van een belastingverdrag in het andere land.

 

De arbeidsverhouding van de dga met de bvba wordt in België anders geduid, waardoor vanuit Belgische optiek het verdrag de heffingsbevoegdheid aan België toewijst en niet aan Nederland. De Nederlandse rechter dient echter zijn eigen uitleg aan de verdragen te geven. De Hoge Raad stemt ook in met het hofoordeel dat de aanvullende gemeentebelasting die in België wordt geheven, niet een heffing is door of vanwege een andere mogendheid in de zin van art. 2 lid 5 Wet LB 1964. Van een door het EU-recht verboden meervoudige heffing is voorts geen sprake. De meervoudige heffing vloeit namelijk louter voort uit een dispariteit tussen de nationale belastingstelsels, die niet wordt verboden door EU-recht. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd. De Hoge Raad is het ook eens met de beslissing van het hof dat de bvba omkering van de bewijslast niet kon voorkomen door na de ontvangst van de naheffingsaanslag de inhoudingsplicht gemotiveerd ter discussie te stellen. De zaak wordt wel verwezen in verband met een terechte klacht van de bvba over de berekening van de hoogte van het loon en de daarover verschuldigde belasting.