01 april 2014

In de media: Bewondering voor stouteriken allesbehalve onschuldig

NL Nieuws In de media: Bewondering voor stouteriken allesbehalve onschuldig

Door kritiek op slecht gedrag weg te wuiven geven we impliciet onze goedkeuring aan funeste voorbeelden.

 

Bron: Het Financieele Dagblad


Auteur: Peter Schimmel, partner Forensic & Investigation Services

 

"Deugdelijk is al snel saai. Een beetje stout geeft net dat rafelige randje wat iemand spannend maakt. Als nooit tevoren amuseren films als 'The Wolf of Wall Street' en 'American Hustle' ons daarom met de bravoure van het geboefte. In de serie 'Heer & Meester' maakt de promiscuïteit van de held hem een beetje stout en begeerlijk in plaats van ‘slechts een saaie rijke vrijgezel’.

 

Is deze beeldvorming onschuldig? Minder dan je denkt. Het risico is aanzienlijk dat wij zelf slachtoffer worden van onze bewondering voor stouteriken.


Groepsgedrag lijkt autonoom. In werkelijkheid zijn er altijd enkele alfa’s die als rolmodel fungeren en de standaard zetten voor (gepercipieerd) succesvol gedrag. Als de ceo zich in een trui gaat kleden, zal het niet lang duren voordat anderen zijn voorbeeld volgen. Maar die ceo trekt niet zomaar een trui aan. Hij zal dat doen als hij verwacht daarmee bewondering te oogsten van zijn aandeelhouders, financiers en de maatschappij in de meest brede zin. Kortom, zijn handelen is niet autonoom, maar wordt mede veroorzaakt door wat belanghebbenden pleziert.


Belanghebbenden, zoals medewerkers, klanten en het publiek, hebben invloed op wenselijk en onwenselijk gedrag. Stel, een organisatie meent haar klanten structureel een poot uit te mogen draaien. Als die organisatie dat doet in een omgeving waar die visie botst met de maatschappelijke behoeften van duurzaamheid en collectiviteit, dan remt dat excessen. Het is dan moeilijker voor leiding en medewerkers het ongewenste gedrag te rechtvaardigen en vol te houden. Die rem ontbreekt daarentegen als we hard lachen en eigenlijk bewondering hebben voor degenen die wegkomen met opzettelijk immoreel gedrag.

 

Wij lijken niet meer te doorzien dat iets expliciet goed of fout vinden op basis van moralistische ethische beginselen, gedrag helpt dat ons ten goede komt. Als iemand afwijkend gedrag introduceert, zoals Fiat-ceo Sergio Marchionne die truien draagt, dan kan dit een positieve wending geven aan het management en verdient dat aandacht. Als iemand expres kwetsende uitspraken doet over geloofsgroepen, zijn levenspartner bedriegt of bewust misbruik maakt van de onwetendheid van een klant, dan kan daar niets positiefs van worden verwacht. Dit gedrag moeten wij links laten liggen of op zijn minst de negatieve gevolgen ervan benoemen. Steeds vaker is het tegendeel het geval.

 

Moeten we nou moralistisch gaan doen over mensen die smullen van oplichting, fraude, corruptie? Nee. Wel zou het goed zijn bij media-aandacht, bij opleidingen en bij bedrijfstrainingen rond fraude en corruptie minder aandacht aan ‘de dader’ en meer aandacht te besteden aan het leed, klein en groot, dat deze criminaliteit veroorzaakt. Denk aan het wantrouwen binnen het bestolen kerkgenootschap, de noodzaak nog jaren emplooi te vinden na verlies vermogen door beleggingsfraude of de schrijnende armoede in een rijk, maar corrupt land als Nigeria.

 

Het is bizar dat kritiek op een film als 'The Wolf of Wall Street' wordt weggewuifd als moralisme. Het is van de gekke dat een bevolkingsgroep die zich stoort aan ‘discriminerend slaafgebruik’ bij Sinterklaas wordt weggezet als zeurpieten. In het klein: bij oneigenlijke beïnvloeding in de lokale politiek zijn we meer geïnteresseerd in het daarmee samenhangende bordeelbezoek dan in het leed en de schade die zijn veroorzaakt.

 

We doen er niet goed aan ons in amoraliteit te hullen en van stout gedrag te smullen, terwijl we weten wat goed en fout is. Willen wij een maatschappij waar mensen geen status ontlenen aan slecht gedrag, dan zullen wij ons moeten realiseren dat dit slechte, vaak criminele gedrag leidt tot ernstige economische ontwrichting van individuen, organisaties, sectoren en landen. We dienen explicieter te worden in onze mening daarover. De deugd verdient weer beloning en fout gedrag tegenwicht."