16 mei 2014

In de media: ''Accountant in gevaar''

NL Nieuws In de media: ''Accountant in gevaar''

Het accountantsberoep ligt zwaar onder vuur. Sjoemelende partners, slechte controleurs en foute adviseurs zijn een schande voor het beroep. Vroeger waren er in het beroep heren van stand die de eer van de stand hoog hielden. Tegenwoordig? Er gaat helaas geen week voorbij of accountantsschandalen vullen de voorpagina van de krant of zijn onderwerp in het NOS Journaal.

 

Dit lokt reacties uit, en wel uit de gevaarlijkste hoek: de politiek. Gevaarlijk, want wanneer de politiek zich ermee gaat bemoeien, wordt er veelal maar één instrument benut: wetgeving! Meer regels dus. En als de regering zich er ook actief mee bemoeit, dan zijn het er twee: wetgeving en toezicht. Het is echter maar de vraag of we daarmee in de huidige situatie het beroep redden.

 

Want dat lijkt mij wel de situatie. Het beroep verkeert in grote nood en als het zich niet herpakt, dreigt er definitieve teloorgang. Een wettelijke taak kan de overheid immers ook gewoon naar zich toehalen. En waarom zou de minister het beroep niet nationaliseren, als het beroep zichzelf telkens weer in een verkeerd daglicht plaats?

 

Om te begrijpen wat er aan de hand is moeten we terug naar het ontstaan van het beroep. Het was Lodewijk Pincoffs die zijn financiers in de tweede helft van de 19e eeuw zand in de ogen strooide met zijn financiële verantwoording over zijn Afrikaansche Handelsvereeniging. Achter die prachtige cijfers ging een ware beerput schuil, met als triest dieptepunt een uiteindelijk faillissement met grote schade bij financierende bankiers zoals de gebroeders Mees. Dat moest niet meer kunnen, zo vond destijds ook de Tweede Kamer, en men riep een heuse controle van de boeken in het leven.

 

Waar het in de kern bij accountantscontrole om draait, is dat als een accountant de boeken heeft ingezien de cijfers naar het oordeel(!) van de accountant een getrouw beeld van vermogen en resultaat weergeven. De gebruiker van een jaarrekening ziet in de praktijk de handtekening van de accountant bij die jaarrekening ook als een verzekering dat het deugt. Daar kun je beroepsmatig allemaal mitsen en maren bij bedenken, maar het is wel een feit.

 

Al de andere taken die een accountant er in de loop van de 20e eeuw naast is gaan doen, zouden eigenlijk onder een andere vlag moeten worden uitgevoerd. Een accountant is en blijft qualitate qua een controleur. Als hij wat anders doet, is hij een adviseur of zo u wilt een broodheer.

 

Het probleem in de markt is echter dat de accountant met die andere dingen in de loop der tijd meer is gaan verdienen dan met de controle van de cijfers, terwijl hij bij die controle wel steeds meer in detail moet vastleggen wat hij wel en niet heeft gedaan en waarom hij daar in die situatie voor heeft gekozen. De accountant wordt dus anno 2014 gemangeld.

 

Om de schoorsteen nog enigszins te laten roken is hij er andere dingen bij gaan doen. Advieswerk betaalt immers beter. Dan is het niet zo gek dat hij in zijn controleerwerk weleens niet meer alles ziet. Maar dat is nu juist precies waar hij verantwoordelijkheid voor draagt. Dingen zien die niet deugen, dat is zijn vak.

 

De echte oplossing ligt echter bij de beroepsgroep zelf. De laatste jaren hebben in het teken gestaan van uitbreiding van regelgeving en toezicht. Zelfs verplichte cursussen voor een professioneel kritische houding hebben de accountant weerbaarder moeten maken tegen de druk van onderaf en van boven. Dan helpen debacles als recentelijk bij KPMG niet. De accountant moet zelf van onbesproken gedrag zijn en geen broodheer en helemaal geen fraudeur. Het is te wensen dat de politiek en de regering de accountantsberoepsgroep weer op zichzelf terugwerpt. Pakken accountants die handschoen niet op, dan zijn ze anno 2014 niet alleen hun vertrouwen kwijt, maar ook hun bestaansrecht.

 

Dit artikel van Dick Alblas verscheen op 15 mei in het  Reformatorisch Dagblad.