22 oktober 2013

Hoge Raad : eerder sprake van economische verwevenheid voor fiscale eenheid btw

NL Nieuws Hoge Raad : eerder sprake van economische verwevenheid voor fiscale eenheid btw

Om onderdeel te kunnen uitmaken van een fiscale eenheid btw moet er ondermeer sprake zijn een economische verwevenheid tussen de deelnemers in de fiscale eenheid.Volgens eerdere jurisprudentie is hiervan sprake als er een gemeenschappelijk klantenkring is, of bij prestaties voor meer dan 50% ten behoeve van de gelieerde vennootschappen.

Onlangs heeft de Hoge Raad zijn oordeel gegeven in een zaak waarin een houdstervennootschap alle aandelen hield in drie dochtervennootschappen en tegen vergoeding het management voor deze dochters verrichtte. Deze omzet management bedroeg ongeveer 10% van de totale omzet van de houdster. De dochtervennootschappen factureerden elkaar ook, maar nooit voor meer dan 50% van hun omzetten aan andere afnemers. Toch oordeelde de Hoge Raad dat er voldoende verwevenheid is om een fiscale eenheid btw te vormen, omdat er "niet verwaarloosbare economische betrekkingen" bestaan tussen de vennootschappen wat tot een nauwe verbondenheid in economisch opzicht resulteerde.

Het lijkt er op dat nu eerder sprake kan zijn van een fiscale eenheid btw, dan voorheen werd gedacht. Dit kan vooral gunstig zijn voor ondernemers die (ten dele) vrijgestelde prestaties leveren en bijvoorbeeld managementfees met btw berekend krijgen van gelieerde ondernemers, waarmee de vorming van een fiscale eenheid tot dusver niet mogelijk was. Deelname in een fiscale eenheid kan dit probleem oplossen. Vooral voor deze groep is het interessant om de kansen te bekijken. Aan de andere kant kan de Belastingdienst ook eerder een fiscale eenheid vaststellen en daarmee de aansprakelijkheidsmogelijkheden uitbreiden. Dat kan pas na vaststelling bij beschikking, dus nooit met terugwerkende kracht. Mocht dat gebeuren en het is niet wenselijk, dan kan misschien door wijziging structuur een fiscale eenheid alsnog voorkomen worden.