17 juni 2013

Goudhandelaar bewijst niet dat belastingaanslag te hoog is vastgesteld

NL Nieuws Goudhandelaar bewijst niet dat belastingaanslag te hoog is vastgesteld

Volgens Rechtbank Den Haag levert de door een goudhandelaar ingezonden inkomensberekening niet het bewijs dat de belastingaanslag te hoog is vastgesteld. In de berekening is namelijk geen onderbouwing opgenomen voor het bedrag van de inkopen.

Betrokkene houdt zich bezig met de in- en verkoop van oud goud. Ondanks een aanmaning daartoe, levert hij geen IB-aangifte 2008 in. De inspecteur legt daarom uiteindelijk een aanslag op naar een verzamelinkomen van € 300.000. De goudhandelaar stelt onder andere dat de inspecteur ter zitting ten onrechte door een FIOD-medewerker is bijgestaan en dat de aanslag niet op het juiste bedrag is vastgesteld.


Rechtbank Den Haag oordeelt dat de door de goudhandelaar ingezonden inkomensberekening niet kan dienen voor het vaststellen van het verzamelinkomen. In deze berekening is namelijk geen onderbouwing opgenomen voor het bedrag van de inkopen. Ook het door de goudhandelaar overgelegde aangifteformulier kan niet als bewijs dienen, omdat het niet voldoet aan de daarvoor geldende regels. De rechtbank verwerpt verder nog de stelling van de goudhandelaar dat de inspecteur zich niet mag laten bijstaan door een FIOD-medewerker. Volgens de rechtbank is er geen rechtsregel of rechtsbeginsel dat daar aan in de weg staat. De rechtbank wijst er hierbij ook nog op dat de FIOD een strafrechtelijk onderzoek naar de goudhandelaar heeft ingesteld. Het gelijk is aan de inspecteur.