26 april 2013

Dga heeft recht op ww-uitkering

NL Nieuws Dga heeft recht op ww-uitkering

De directeur-grootaandeelhouder (dga) heeft 48% van de aandelen in de bv, zijn dochter 26%. Bij ontslag heeft de dga recht op een ww-uitkering, omdat hij voor de werknemersverzekeringen niet wordt aangemerkt als 'dga'.

 

Dat heeft de Hoge Raad besloten. De zaak gaat als volgt: de dga is bestuurder van zijn bv. Hij houdt 48% van de aandelen, zijn dochter houdt 26% van de aandelen. Als de bv haar activiteiten staakt, wordt de dga ontslagen. Hij vraagt daarop bij het UWV een WW-uitkering aan.

 

Het UWV weigert de uitkering. Volgens het UWV moet de dga worden aangemerkt als 'dga', omdat hij en zijn dochter samen meer dan 2/3 van de aandelen bezitten. De dga betwist dit en wijst daarvoor naar de letterlijke tekst van de 'Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder'. Volgens de dga tellen zijn aandelen niet mee voor de 2/3 meerderheid.

Na de uitspraken bij de Rechtbank en de Centrale Raad van Beroep, wordt de dga ook bij de Hoge Raad in het gelijk gesteld. In de Regeling wordt limitatief opgesomd wie voor de werknemersverzekeringen als dga is aan te merken. Als laatste wordt genoemd de bestuurder van een vennootschap waarvan ten minste 2/3 van de aandelen worden gehouden door bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad. De aandelen van de bestuurder zelf tellen op grond van de tekst van de Regeling niet mee.

 

Dat betekent in dit geval dat dga geen dga is in de zin van de Regeling. Hij heeft recht op een WW-uitkering.

Wat is een dga?

In de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder wordt limitatief opgesomd wanneer een bestuurder is aan te merken als dga en daarom niet onder de werknemersverzekeringen valt:

  1. Als de bestuurder, al dan niet samen met zijn echtgenoot, meer dan 50% van het stemrecht heeft in de aandeelhoudersvergadering;
  2. Als de bestuurder, al dan niet samen met zijn echtgenoot, zoveel stemrecht heeft dat op grond van de statuten de overige aandeelhouders niet over zijn ontslag kunnen besluiten;
  3. Als de bestuurders in de aandeelhoudersvergadering een (nagenoeg)  gelijk stemrecht hebben; of
  4. Als de aandelen van de vennootschap voor ten minste 2/3 deel worden gehouden door bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad van de bestuurder.

In geschil was of de dga onder de hiervoor als vierde genoemde categorie viel. Volgens het UWV was dit wel de bedoeling van de bepaling. De Hoge Raad vindt echter, dat in dit geval de tekstuele uitleg moet worden gevolgd. En op grond van die tekstuele uitleg moet uitsluitend worden gekeken naar de aandelen die door familieleden van de bestuurder worden gehouden.

Een van de redenen voor de Hoge Raad om te kiezen voor de tekstuele uitleg, is dat de gevolgen van de kwalificatie als dga groot kunnen zijn. Een dga valt niet onder de werknemersverzekeringen en zal daarom zelf een regeling moeten treffen om het risico van ziekte, arbeidsongeschiktheid en, zoals in dit geval, werkloosheid te kunnen dragen. Hier staat tegenover dat de dga niet premieplichtig is.

Het is op dit moment nog niet bekend of de Regeling zal worden aangepast, zodat de tekst van de Regeling en de bedoeling van de Regeling weer met elkaar overeenkomen.

[Bron: Fiscaal-Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden]