25 februari 2014

Curator moet faillissementsfraude gaan melden

NL Nieuws Curator moet faillissementsfraude gaan melden

Een curator die in faillissementen verdachte zaken tegenkomt, moet die straks melden bij de rechter-commissaris. Die beslist dan of aangifte van fraude moet worden gedaan. Dat staat in een wetsvoorstel dat minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie maandag voor advies naar allerlei instanties heeft gestuurd.

 

Een faillissementscurator is vaak de eerste die mogelijke onregelmatigheden ontdekt, zoals gaten in de administratie of het ontbreken van goederen uit de boedel. De plicht om daarover aan de bel te trekken, moet de positie van de curator versterken en de aanpak van fraude verbeteren.

 

Een curator die in faillissementen mogelijke onregelmatigheden constateert, moet die straks verplicht melden bij de  rechter-commissaris. Deze beslist dan of aangifte van fraude moet volgen. De regeling vloeit voort uit het wetgevingsprogramma herijking van het faillissementsrecht, waarvan verbetering van de bestrijding van faillissementsfraude één van de pijlers is. De versterking van de positie van de curator vormt hiervan het sluitstuk. De twee andere voorstellen zijn het civielrechtelijk bestuursverbod en de aanscherping van het strafrechtelijk faillissementsrecht.

 

Straks krijgt de curator naast zijn kerntaak  – vereffening  van de failliete boedel ten bate van gezamenlijke schuldeisers – een wettelijke taak bij de  fraudesignalering. In de praktijk stuit een faillissementscurator vaak als eerste op onregelmatigheden, zoals gaten in de administratie of het ontbreken van goederen uit de boedel. Het gaat niet aan die kennis onbenut te laten. Door hem meer ruimte te geven om in die gevallen actie te ondernemen, wordt de aanpak van faillissementsfraude effectiever. 

 

Daartoe dient de curator wel de nodige informatie te krijgen van de failliet en van bestuurders en commissarissen. De huidige informatie- en medewerkingsverplichtingen worden dan ook aangescherpt en verduidelijkt. Zo moet de curator worden ingelicht over eventuele buitenlandse vermogensbestanddelen, zoals banktegoeden en onroerend goed, en moet hem medewerking worden verleend om daarover de beschikking te krijgen.

 

Bij overhandiging van de administratie moet deze leesbaar zijn, desnoods met behulp van encryptiesleutels. Ook derden die de administratie van de failliete onderneming onder zich hebben, moeten die op verzoek van de curator ter beschikking stellen. Deze regels gelden voor ieder die in de laatste drie jaar vóór het faillissement als bestuurder bij de rechtspersoon betrokken was. Op grond van een eerder plan van Opstelten kan bij verzaking van de informatie- en medewerkingsverplichtingen straks door de curator een bestuursverbod worden gevorderd.