25 september 2014

Belastingheffing als innovatie

NL Nieuws Belastingheffing als innovatie

Door Arnold Poelstra partner bij Grant Thornton.

 

Innovatie betekent volgens van Dale ‘vernieuwend’. We zijn geneigd innovatie te plaatsen in de context van technisch vernieuwend. Het resultaat van diepgaand onderzoek vanuit een R&D laboratorium. Echter ook fiscaliteit heeft behoefte aan vernieuwing. De samenleving verandert en dus moet de visie op belastingheffing mee veranderen; lees ‘vernieuwen’.

 

Belasting-heffing in Nederland is gebaseerd op een aantal (oude) beginselen. Herkenbaar zijn: ‘de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten’ (de rechtvaardiging voor het progressieve tarief in de loon- en inkomstenbelasting) en ‘het beginsel van de bevoorrechte verkrijging’ (de rechtvaardiging voor het heffen van erf- en schenkbelasting). De vraag is echter, in het geval van loon- en inkomstenbelasting, hoe ver de progressie in de tarieven wordt geaccepteerd door de samenleving? In mijn vorige column heb ik mijn mening al gegeven over de erf- en schenkbelasting. Deze moet, in het licht van veranderende maatschappelijke- en internationale verhoudingen, gewoon verdwijnen.


In de, op het moment van schrijven van deze column, komende miljoenennota zal ongetwijfeld aandacht gevraagd worden voor het verschuiven van belastingdruk op arbeid naar de indirecte belastingen (lees; de omzetbelasting). Hoofddoel van Rutte is tenslotte om Nederland uit de economische malaise te halen. Eén van de manieren waarop hij dat wil proberen is om de factor arbeid internationaal goedkoper te maken. De omzetbelasting daarvoor ‘misbruiken’ is relatief gemakkelijk omdat het minder maatschappelijke onrust veroorzaakt dan sleutelen aan loon- en inkomstenbelasting. Een procentpuntverhoging levert al snel twee miljard op. Wanneer we dat bedrag in mindering zouden brengen op de belastingdruk op arbeid komen we wellicht in de buurt van een toptarief van 50 procent uit. Internationaal gaan we voor de omzetbelasting dan wel iets uit de pas lopen, dus de vraag is of dat wenselijk is. Een dergelijke verschuiving is in elk geval niet innovatief. Kan het ook anders? Het zal wel moeten.


Kijk even naar de regels in, bijvoorbeeld, de inkomstenbelasting. Super gedetailleerd en rekening houdend met enorm veel maatschappelijk relevante issues en doelgroepen. Voor een leek niet te overzien; voor een professional om hoofdpijn van te krijgen. We kennen een Wet op de Vennootschapsbelasting die tot de ingewikkeldste van heel Europa kan worden gerekend. Hoe is het zo gekomen? Belangenbehartiging en reparatiewetgeving. Het wordt (weer eens) tijd voor een schoonmaakactie.

 

Een voorschot uit de heup: Schaf de inkomstenbelasting af. Belast arbeid uit dienstbetrekking alleen nog via de loonheffing. Schaf aftrekposten af; ook de hypotheekrente. Belast mensen die buiten dienstbetrekking arbeid verrichten, dividend (uit ‘een eigen bv’) of winst genieten tegen een vast percentage. De winst van rechtspersonen wordt bepaald op commerciële grondslagen. De commerciële jaarrekening, gecontroleerd door een overheidsaccountant, is leidend. Verschillen tussen commerciële en fiscale grondslagen worden afgeschaft. De omzetbelasting wordt een echte bestedingsbelasting. Tien tegen één dat de totaalopbrengst van de belastingheffing niet minder wordt. Een ‘grote stappen, snel thuis benadering’ is altijd ongenuanceerd, dus kritiek komt er.

 

Ik zie de commentaren al weer voor me. Er wordt te weinig rekening gehouden met de heffing over ondernemersresultaat en arbeid in dienstbetrekking, degene die via een bv onderneemt betaalt een ander percentage belasting dan de eigenaar van een eenmanszaak et cetera, et cetera. Dragen de sterkste schouders nog wel de zwaarste lasten bij deze benadering? Allemaal waar. We blijven ‘polderen’ in ons land. Iedereen, hoe ongelijk ook, moet gelijk worden. Zo gaan we er niet komen ben ik bang. Ik zou willen pleiten voor een nieuw fundament onder ons belastingstelsel. Ongelijke heffing naar mate van een ieders ongelijkheid. Daar moeten wat vernieuwende regelingen uit kunnen komen.

 

Bron: Kijk op Oost Nederland