05 maart 2013

Belastingdienst mocht navorderen bij uitkeringsgerechtigde met dure BMW

NL Nieuws Belastingdienst mocht navorderen bij uitkeringsgerechtigde met dure BMW

De Belastingdienst legt een navorderingsaanslag op aan een uitkeringsgerechtigde als blijkt dat die voor € 45.000 een BMW heeft gekocht. Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur in de vorm van een renseignement van de FIOD beschikt over een nieuw feit. Daaraan doet niet af dat de inspecteur eerder op de hoogte had kunnen zijn van de aankoop van de BMW als hij binnen de Belastingdienst navraag had gedaan naar de betaling van BPM en motorrijtuigenbelasting door de uitkeringsgerechtigde.

 

De uitkeringsgerechtigde, van beroep autospuiter, ontvangt van 1987 tot 1997 en sinds 2002 alleen een WAO-uitkering. In 2002 bedraagt deze uitkering € 28.265. Zijn echtgenote geniet geen inkomsten. In 2002 schaft hij voor € 45.000 een uit Duitsland afkomstige BMW aan die hij contant betaalt. Als de inspecteur hiervan op de hoogte raakt, legt hij de uitkeringsgerechtigde de in geschil zijnde navorderingsaanslag IB/PVV 2002 op. Daarbij wordt een bedrag van € 45.000 aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. In cassatie oordeelt de Hoge Raad dat Hof Den Haag ten onrechte het beroep van de man op het ontbreken van een nieuw feit onbehandeld heeft gelaten (HR 18 februari 2011, nr. 10/01617).

 

Na verwijzing oordeelt Hof Amsterdam dat de inspecteur in de vorm van een FIOD-renseignement beschikte over een nieuw feit als bedoeld in art. 16 AWR. Pas op 14 april 2006 (dus na het verstrijken van de aanslagtermijn op 31 december 2005) is de inspecteur op de hoogte geraakt van dit renseignement en daarmee van de aanschaf van de BMW door de uitkeringsgerechtigde. Aan het voorgaande doet niet af dat de inspecteur eerder op de hoogte had kunnen zijn wanneer hij navraag had gedaan naar de betaling van BPM en motorrijtuigenbelasting door de man of bij de RDW had nagekeken of er een auto op naam van hem stond geregistreerd. De inspecteur behoefde niet op de hoogte te zijn van de in het renseignement opgenomen informatie. Het hoger beroep van de uitkeringsgerechtigde is ongegrond.