04 november 2014

Bedrijfsopvolgingsregeling en ondernemingsschulden

NL Nieuws Bedrijfsopvolgingsregeling en ondernemingsschulden

Door Geert de Jong hoofd bureau vaktechniek fiscaal en partner bij Grant Thornton.


In de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is een bepaling opgenomen die zegt dat lasten en tegenprestaties bij het bepalen van de grondslag buiten aanmerking mogen blijven. Kunnen ondernemingsschulden op de balans van een onderneming als zo’n tegenprestatie worden gezien? Als het antwoord op deze vraag ‘ja’ is, Leidt dat tot een hogere grondslag voor de BOR.


Om het belang te duiden van een behandeling van een schuld als tegenprestatie voor de BOR, geef ik een voorbeeld.

 

 

In situaties waarin de verkrijger naast het ondernemingsvermogen (substantieel) overig vermogen verkrijgt, leidt een € 1.000.000 hogere grondslag voor de BOR tot een substantieel voordeel. Bij een vrijstelling op grond van de BOR van 83% over het ondernemingsvermogen en een tarief van 20% bedraagt het voordeel € 166.000. Best de moeite. Niet verrassend dus dat er belastingplichtigen zijn die de vraag met betrekking tot de ondernemingsschulden aan de rechter voorleggen.

 

Helaas voor hen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 12 juli 2013 geoordeeld, anders dan het hof, dat de ondernemingsschulden niet zijn aan te merken als tegenprestatie. Kortom, de grondslag voor de BOR bedraagt in bovenstaand voorbeeld € 2.500.000.

 

De Hoge Raad verwierp in het bedoelde arrest de visie van het hof dat het in strijd is met het gelijkheidsbeginsel als er een verschil bestaat tussen enerzijds de situatie waarin een belastingplichtige de onderneming overneemt met inbegrip van de ondernemingsschulden (geen tegenprestatie, dus lagere grondslag voor BOR) en anderzijds de situatie waarin de belastingplichtige uitsluitend de activa overneemt en de hogere koopsom die hiervan een gevolg is, financiert met een externe lening (wel tegenprestatie, dus hogere grondslag voor BOR). Volgens de Hoge Raad zijn dit rechtens verschillende situaties die een verschillende behandeling rechtvaardigen.

 

Overigens oordeelde de Hoge Raad in hetzelfde arrest dat de latente belastingschuld over stille reserves in de onderneming die in mindering was gebracht op de door belastingplichtige te betalen koopsom, wél als tegenprestatie kon worden aangemerkt. Deze latente belastingschuld hoeft dus bij het bepalen van de grondslag voor de BOR niet in mindering worden gebracht. Iets om even op te letten bij het claimen van de BOR.

 

Bron: Accountancynieuws.nl