27 november 2013

Akkoord in EU over aanvullend pensioen

NL Nieuws Akkoord in EU over aanvullend pensioen

Binnen de Europese Unie wordt het makkelijker om aanvullende pensioenen mee te nemen als werknemers in een ander EU-land gaan werken. De EU-lidstaten en het Europees Parlement zijn het hierover eens geworden.

 

Onderhandelaar namens het EU-parlement, Ria Oomen-Ruijten (CDA), toonde zich woensdag verheugd over het akkoord. ‘We zijn in 2005 hierover begonnen en anno 2013 bereiken we een akkoord. Dat geeft wel aan hoe lastig dit dossier is.' Volgens Oomen worden werknemers die in verschillende EU-landen werken beter beschermd.

 

Er gelden al EU-regels over het meenemen van de door de staat geregelde oudedagsvoorziening, in Nederland de AOW genoemd. Maar over het extra opgebouwd pensioen bijvoorbeeld via de werkgever bestonden nog geen afspraken. Veel EU-lidstaten hebben deze zogeheten tweede pijler niet, Nederland wel.

Lidstaten mogen EU-burgers uit andere landen niet langer verplichten meer dan 3 jaar te werken voordat ze opgebouwd pensioen mee kunnen nemen. Sommige EU-landen, zoals Duitsland, hebben een drempel opgelegd van 5 jaar voordat ze pas opgebouwd pensioen aan buitenlanders willen uitbetalen. Die drempel mag dus nu maximaal 3 jaar zijn. Er zijn ook landen, waaronder Nederland, die al veel eerder aanvullend pensioen uitkeren aan niet-inwoners. Dat blijft ongewijzigd.

Bovendien kwamen de onderhandelaars overeen dat er al aanvullend pensioen opgebouwd kan gaan worden opgebouwd vanaf 21 jaar. In sommige EU-landen geldt nu de grens van 25 jaar, maar dat gaat dus veranderen.

 

Zodra de EU-lidstaten en het Europees Parlement formeel ingestemd hebben met de plannen, krijgen de EU-landen 4 jaar de tijd om de nieuwe regels om te zetten in nationale wetten.