03 oktober 2013

A-G: ‘BOR strijdig met gelijkheidsbeginsel’

NL Nieuws A-G: ‘BOR strijdig met gelijkheidsbeginsel’

De Hoge Raad moet zich binnenkort uitlaten over de vraag of de Bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Inmiddels heeft de Advocaat-Generaal advies uitgebracht aan de Hoge Raad. Volgens de A-G is de BOR (deels) strijdig met het gelijkheidsbeginsel. Als de HR deze conclusie overneemt kan dat grote gevolgen hebben voor de praktijk.

 

BOR
Verkrijgers van niet-ondernemingsvermogen (bijvoorbeeld spaartegoeden en beleggingen) zijn over de verkrijging gewoon schenk- en erfbelasting verschuldigd.

 

Voor de verkrijging van ondernemingsvermogen (waaronder begrepen aandelen in een ‘actieve’ vennootschap) geldt een bijzondere vrijstelling. Deze bedraagt 100% voor zover deze € 1.028.132 bedraagt en 83% voor het meerdere. Met de BOR wilde de wetgever liquiditeitsproblemen bij vererving van ondernemingsvermogen wegnemen of voorkomen.

 

De vraag is of dit onderscheid tussen ondernemingsvermogen en niet-ondernemingsvermogen strijdig is met het gelijkheidsbeginsel.

 

Standpunt A-G
Het vrijstellingspercentage van de BOR was 75% tot en met 2009. Na het jaar 2009 is deze verhoogd tot 100% voor de eerste € 1.006.000 (thans € 1.028.132) en 83% voor het meerdere.

 

De A-G is van mening dat er geen sprake is van een ongerechtvaardigde discriminatie voor zover de BOR het ondernemingsvermogen voor maximaal 75% vrijstelt.

 

De A-G is van mening dat voor zover de vrijstelling meer bedraagt dan 75% sprake is van een (ongerechtvaardigde) strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel. Gevolg hiervan is naar zijn mening dat ook de verkrijging van niet-ondernemingsvermogen voor een vrijstelling in aanmerking komt en wel voor het gedeelte boven de 75% ongeacht de hoogte van de verkrijging.

 

Hoe nu verder? / Belang praktijk
Een conclusie van een A-G heeft nog geen rechtswaarde. Het is dus wachten op het oordeel van de HR. Daarbij komt geregeld voor dat de HR afwijkt van de conclusie van de A-G. Voor de gerechtelijke discussie rondom dit onderwerp volgt de staatssecretaris de procedure voor massaal bezwaar. Dit betekent onder meer dat als de Belastingdienst niet geheel in het gelijk wordt gesteld, ook de aanslagen worden herzien van de belastingplichtige die geen bezwaar heeft ingediend. Voorwaarde daarvoor is dat zijn aanslag op het moment van de dagtekening van het besluit nog niet onherroepelijk vaststaat.

 

Bron:
- Advocaat-Generaal, 30-9-2013, nrs. 13/01154, 13/01622, 13/01160, 13/01161 en 13/02453 (gepubliceerd 2-10-2013).
- Besluit van 23 oktober 2012, nr. BLKB2012/1665M