Rechtbank Leeuwarden heeft een feitelijke uitspraak gedaan over de waardering van geërfde certificaten van aandelen in een familiebedrijf. Door de certificering was geen zeggenschap aan de certificaten gekoppeld en werd ook geen dividend op de certificaten uitgekeerd. Dit leidde tot een belangrijk waardedrukkend effect en uiteindelijk tot een fors lagere aanslag successierecht.
De casus
Twee kinderen erfden onder meer de certificaten van aandelen in een familiebedrijf van hun vader. De vader bezat 2/3 van de certificaten. Volgens de statuten waren vader en zijn broer de bestuurders van de stichting die alle stemgerechtigde aandelen in het familiebedrijf hield. Na het overlijden van de vader was de broer de enige bestuurder geworden. Bij zijn eventuele overlijden zou de echtgenote van de broer de enige bestuurder worden. De familieverhoudingen tussen de kinderen en hun oom en tante waren verstoord. De oom verstrekte de certificaathouders geheel geen informatie en keerde ook geen dividend uit.
Waardering
De inspecteur ging voor de waardering van de aandelen uit van de intrinsieke waarde. De erfgenamen stelden dat voor de waardebepaling van de aandelen, moest worden uitgegaan van een mix van intrinsieke waarde, rentabiliteitswaarde en rendementswaarde. De erfgenamen wezen daarbij op hun gemis aan zeggenschap in het familiebedrijf en de verstoorde familieverhoudingen.
De waarde die aan de certificaten is toe te kennen, is in belangrijke mate afhankelijk van de voorwaarden van certificering, zo stelde de Rechtbank. Door het ontbreken van zeggenschap zou een potentiële koper de certificaten met name zien als een belegging en daarom bij de waardering vooral gewicht toekennen aan de rendementswaarde.
De Rechtbank beoordeelde de door de erfgenamen voorgestane waarderingsmix van rendementswaarde, intrinsieke waarde en rendementswaarde. De erfgenamen hadden gesteld dat de rendementswaarde nihil was omdat in het verleden geen dividend was genoten en de verwachting bestond dat in de toekomst evenmin dividend zal worden genoten. De inspecteur had hiertegen geen verweer gevoerd waarop de rechtbank de rendementswaarde van nihil als vaststaand aannam.
Daarnaast stelde de Rechtbank vast dat overeenstemming was bereikt over de hoogte van de intrinsieke waarde en de inspecteur de door de erfgenamen voorgestane rentabiliteitswaarde niet had bestreden. De Rechtbank verklaarde het beroep van de erfgenamen gegrond en verminderde hun aanslag successierecht.
Conclusie
De échte waarde van aandelen is niet altijd even helder. Met name bij certificaten van aandelen en minderheidspakketten loont het om hier extra aandacht aan te schenken.
Informatie
Wilt u meer informatie over het certificeren van aandelen? Neem dan contact op met één van onze adviseurs.