In Europa is een Europese pensioenmarkt in ontwikkeling. Dit heeft geleid tot de Europese richtlijn betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Richtlijn 2003/41/EG (de IORP-richtlijn), die grensoverschrijdende activiteiten voor uitvoerders van pensioenvoorzieningen mogelijk maakt.
In de markt is vooral bij multinationals behoefte aan pan-Europese pensioeninstellingen, die voor deze bedrijven pensioenvoorzieningen kunnen regelen voor al hun werknemers in de verschillende lidstaten. Omdat de Nederlandse pensioenwetgeving hierop onvoldoende is toegesneden, voorziet dit wetsvoorstel in de introductie van de figuur van de premiepensioenregeling (PPI).
De PPI is een pensioenvehikel dat ook op de Nederlandse pensioenmarkt actief mag zijn, maar waarvan de invoering vooral is gericht op de mogelijkheden om in andere lidstaten van de EU activiteiten te ontplooien. Kenmerkend voor de PPI is dat zij weliswaar pensioenregelingen mag uitvoeren, maar daarbij geen risico's mag verzekeren (zoals lang leven, nabestaanden), en geen garanties over het rendement (de grondslag voor de uitkeringen) mag geven. Dat maakt de PPI bij uitstek geschikt voor zogenoemde Defined Contribution (DC)-regelingen, waarbij wel de premiebijdrage vaststaat, maar niet de hoogte van het uiteindelijke pensioen.