Heeft u als ondernemer uw garage tot het vermogen van uw onderneming gerekend, dan kunt u deze garagekosten ten laste van uw winst brengen. Gebruikt u de garage echter ook voor de stalling van uw privéauto, dan kunt u de kosten die samenhangen met dit privégebruik niet aftrekken. Onlangs kreeg de Hoge Raad echter de vraag voorgelegd of deze correctie voor privégebruik ook van toepassing is, als een ondernemer een auto die tot zijn ondernemingsvermogen behoort voor privéritten gebruikt. De Raad oordeelde dat dit niet het geval is.
De ondernemer waar het hier om draait drijft een eigen onderneming. Tot zijn ondernemingsvermogen behoort een bestelauto. Hij gebruikt deze zowel voor privéritten als voor zakelijke ritten. Voor het privégebruik geeft hij in zijn aangifte inkomstenbelasting de forfaitaire bijtelling voor de auto van de zaak aan. Tot het ondernemingsvermogen behoort tevens de garage waarin de bestelauto is gestald.
Het geschil
In zijn aangifte inkomstenbelasting trekt de ondernemer alle garagekosten af van zijn winst. De inspecteur is het hier niet mee eens. Volgens hem zijn de kosten voor het privégebruik van de garage niet aftrekbaar. De totale kosten van de garage moeten daarom worden verdeeld over de privéritten en de zakelijke ritten. Vervolgens corrigeert de inspecteur de winst met de kosten voor het privégebruik van de garage.
Oordeel Gerechtshof Leeuwarden
De ondernemer legt de zaak voor aan het Gerechtshof Leeuwarden. Helaas voor de ondernemer is het Gerechtshof het eens met de inspecteur. Naar het oordeel van de rechters kunnen de kosten van de garage alleen voor het zakelijke deel worden afgetrokken.
Oordeel Hoge Raad
De belastingplichtige berust niet in de uitspraak en stapt naar de Hoge Raad. Met succes! De rechters volgen de redenering van het Gerechtshof niet: de ondernemer kan alle kosten van de garage in aftrek brengen alsof hij de garage alleen zakelijk heeft gebruikt. Als een ondernemer de auto van de zaak ook voor privéritten gebruikt, vindt de correctie van het privégebruik immers al plaats door een forfaitaire bijtelling. In dat geval moet een ondernemer al een bepaald percentage van de catalogusprijs van de auto bij de winst optellen. In deze bijtelling zijn alle kosten voor het privégebruik van de auto verdisconteerd. Dit is dus inclusief de stallingskosten. Volgens de Raad kan de belastingdienst dan niet nogmaals rekening houden met het privégebruik door een deel van de kosten niet in aftrek toe te laten. Dit leidt immers tot een dubbele correctie en dat kan toch niet de bedoeling zijn.