397c
Na afloop van het laatste tijdelijke contract moet de werkgever kiezen tussen een einde aan het dienstverband of een contract voor onbepaalde tijd. Onlangs strafte de kantonrechter in Amsterdam een werkgever af die onder deze bepaling uit probeerde te komen.
Een werknemer krijgt een tijdelijk contract bij een consultancybureau. De arbeidsovereenkomst is aansluitend tweemaal verlengd. Als het contract weer wordt verlengd, ontstaat automatisch een contract voor onbepaalde tijd. Voor het zo ver is, wordt de werknemer uitgenodigd voor een gesprek met de directeur. Hij neemt het gesprek stiekem op.
Zo kan hij voor de rechtbank bewijzen dat de directeur hem voorstelde drie maanden uit dienst te gaan en een WW-uitkering aan te vragen. Daarna mag hij met een nieuw tijdelijk arbeidscontract aan de slag. Het bedrijf wil het loonverlies door drie maanden WW compenseren.
De rechter constateert dat het bedrijf wel degelijk met de werknemer verder wil. Met zijn voorstel heeft hij echter geprobeerd de ketenregeling te ontduiken en daardoor onredelijk gehandeld. De werkgever is gebonden aan de verplichtingen die de ketenregeling oplegt. Er is nu een dienstverband voor onbepaalde tijd ontstaan.