Als directeur-grootaandeelhouder (dga) mag u uw pensioen onder bepaalde voorwaarden in eigen beheer opbouwen. Doorgaans gebeurt dit binnen de Holding besloten vennootschap of binnen een afzonderlijke Pensioen besloten vennootschap. Minder vaak gebeurt dit binnen een Pensioenstichting. Echter, door recente wijziging van de Successiewetgeving, kan de Pensioenstichting een interessant alternatief voor de pensioen-BV zijn. Hoe kunt u hieruit voordeel behalen?
Overeenkomsten
Beide rechtsvormen, de pensioen-BV en de Pensioenstichting, zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting. In die zin is er geen materieel onderscheid tussen beide rechtsvormen.
Pensioen-BV
De pensioen-BV heeft kapitaal verdeeld in aandelen. Wanneer u als dga overlijdt, zal de pensioenverplichting (gedeeltelijk) vrijvallen in de winst van de BV. Hierover is vennootschapsbelasting verschuldigd. Hoe groot deze vrijval is, is afhankelijk van of de BV nog een nabestaandenpensioen moet uitbetalen aan uw (ex-)partner. De waarde van de aandelen zal door deze vrijval toenemen. Deze winst kan worden uitgekeerd aan de aandeelhouders (erfgenamen) of de aandelen gaan door vererving over op uw erfgenamen.
Pensioenstichting
Een Pensioenstichting kent geen aandeelhouders, maar een stichtingbestuur. Een stichting is derhalve onafhankelijk ten opzichte van u als dga en uw erfgenamen. Het vermogen zit als het ware ‘in de dode hand’. Wordt uw pensioenverplichting ondergebracht bij een Pensioenstichting? Dan kunnen uw erfgenamen de eventuele vrijvalwinst bij uw overlijden dus niet zonder meer uit de stichting halen. Hiervoor zijn echter 2 mogelijkheden. Ten eerste is het mogelijk om de stichting een liquidatie-uitkering aan uw erfgenamen te laten doen. Deze uitkering is belast met schenkingsrecht naar het zogenaamde ‘derden-tarief’. Een tweede mogelijkheid is, dat de erfgenamen bij het onderbrengen van het pensioenkapitaal in de Pensioenstichting een zogenaamde ‘contraverzekering’ afsluiten met de stichting. Daarvoor dienen uw erfgenamen uit hun eigen vermogen een premie of koopsom te betalen. Op basis van deze contraverzekering moet de Pensioenstichting bij uw overlijden een uitkering betalen aan de erfgenamen (diegenen die de contraverzekering hebben afgesloten). Zo komt het vermogen uit de stichting (deels) weer terug bij de erfgenamen en blijft er geen vermogen in de ‘dode hand’.
Combineert u op deze wijze een Pensioenstichting en een contraverzekering? Dan kunt u soms grote fiscale voordelen behalen. In de aangetekend actueel van 20 april gaan wij in op de successierechtelijke verschillen tussen een pensioen-BV en een Pensioenstichting.
Informatie?
Wilt u meer informatie over de alternatieven voor een pensioen-BV? Neem dan contact op met één van onze adviseurs.