Een ex-werknemer mag ook drie jaar na het einde van het dienstverband de vrijwillig betaalde pensioenpremie in aftrek brengen. Volgens hof 's-Hertogenbosch moet de pensioenpremie in dat geval aangemerkt worden als negatief loon.
De werknemer maakt, na de beëindiging van zijn dienstbetrekking, gebruik van de mogelijkheid om de deelneming aan het pensioenfonds van ex-werkgever vrijwillig voort te zetten. In 2003 betaalt hij 7.141 euro aan het pensioenfonds. Hiervan neemt de inspecteur 4.727 euro in aanmerking als negatief loon. Het resterende bedrag van 2.414 euro kan volgens de inspecteur, niet in mindering komen op het inkomen. Niet als negatief loon omdat de drie jaarstermijn is verstreken en niet als lijfrentepremie. Dan moet er namelijk onderscheid gemaakt worden tussen lijfrenten (overeenkomsten van levensverzekering) en pensioenen en de voor deze verzekeringen betaalde premies ook verschillend behandeld moeten worden.
In een ministerieel besluit van 20 november 2002 (nr. CPP2002/1303M) is een driejaarstermijn opgenomen voor de aftrek als negatief loon van premies betaald bij vrijwillige voortzetting van een pensioenregeling na beëindiging van de dienstbetrekking.
Volgens de werknemer is het restant van 2.414 euro ook aftrekbaar. Hij heeft de pensioenregeling bij het pensioenfonds ook na drie jaar vrijwillig voorgezet omdat hij niet op de hoogte was van het besluit. Deze vrijwillige voorzetting heeft hij per 1 mei 2004 moeten beëindigen, omdat hij financieel gezien niet meer in staat was de verschuldigde premies te voldoen.
Het hof beslist dat de vrijwillig betaalde pensioenpremie moet worden aangemerkt als negatief loon. In de Wet op de loonbelasting staat geen omschrijving van het begrip negatief loon en er worden ook geen criteria genoemd voor de kwalificatie van een betaling als negatief loon. Volgens het hof moet er voor de kwalificatie van een betaling als negatief loon, sprake zijn van voldoende causaal verband met de vroegere dienstbetrekking. In dit geval is hier sprake van.
Dat in het besluit een driejaarstermijn is opgenomen voor de aftrek als negatief loon, is volgens het hof niet van belang. De werknemer voldoet zowieso niet aan de voorwaarden van het besluit. Het besluit is immers van toepassing op ex-werknemers die na beëindiging van een dienstbetrekking niet elders in dienstbetrekking gaan werken. Dit is de werknemer nu juist wel is gaan doen. Omdat de werknemer echter zijn pensioenregeling bij het Pensioenfonds heeft kunnen voortzetten en pensioenaanspraken is blijven opbouwen, mag de werknemer van het hof ook het resterende bedrag van 2.414 euro als negatief loon in mindering brengen op zijn inkomen over het jaar 2003.