Als u als ondernemer gebruik maakt van werknemers van een derde en daarbij werk aanneemt of personeel inleent, dan kan de belastingdienst u onder omstandigheden aansprakelijk stellen voor de verschuldigde belastingen en premies over deze verrichte werkzaamheden. Uiteraard probeert u als ondernemer dit risico zoveel te beperken, maar volledig uitsluiten is haast bijna onmogelijk. Als u aansprakelijk wordt gesteld, wilt u uiteraard zeker weten dat u niet te veel betaalt. Uit een uitspraak van Rechtbank Breda van 27 februari 2009 blijkt dat ook de belastingdienst de nodige zorgvuldigheid in acht moet nemen. Aansprakelijkgestelden moeten kunnen controleren of zij tot het juiste bedrag aansprakelijk zijn gesteld. Lukt dat niet, dan heeft de belastingdienst pech.
Wat was er aan de hand? Een BV had in een periode van vier jaar uitzendkrachten ingeleend van een uitzendbureau. Toen dat uitzendbureau controle kreeg van de belastingdienst, bleek dat de loonadministratie onvolledig en gebrekkig was. Zo ontbrak een urenadministratie per werknemer. Het uitzendbureau kreeg een naheffing maar betaalde deze niet. Voor de berekening van de naheffingsaanslag had de belastingdienst ook onderzoeken ingesteld bij de inleners van het uitzendbureau. Ter plekke had zij daar de gewerkte uren uit doelmatigheidsoverwegingen ingevoerd in een digitaal bestand. De belastingdienst had echter geen kopieën gemaakt van urenbriefjes en facturen. Zij belastte daarop de uren die konden worden gekoppeld aan specifieke werknemers, tegen het tabeltarief en de overige uren tegen het anoniementarief van 52 procent.
Het bestreden besluit
Omdat het uitzendbureau verzuimde te betalen, stelde de belastingdienst de BV aansprakelijk voor een deel van de te weinig afgedragen loonheffing. Daarbij sloeg zij de uren die niet aan specifieke werknemers toe te rekenen waren, evenredig om over alle inleners, en wel naar rato van de omzet. Door deze methodiek had een wijziging van het totaal aantal uren gevolgen voor de hoogte van de aansprakelijkstelling van alle inleners.
De BV maakte bezwaar tegen de aansprakelijkstelling en vroeg inzage in de gegevens van de andere inleners. De fiscus kon deze gegevens echter niet overleggen omdat zij had verzuimd kopieën te maken. Hiertegen ging de BV in beroep.
Uitspraak rechtbank Breda
De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de volledige aansprakelijkstelling. Met de BV was zij namelijk van mening dat het onmogelijk was de juistheid van de hoogte van de aansprakelijkstelling te controleren. Het belang van de BV om als aansprakelijkgestelde deze controle uit te kunnen voeren, gaat volgens de Rechtbank boven het belang van de fiscus om te kiezen voor een digitale verwerking en niet voor het kopiëren van essentiële informatie.
Informatie
Heeft u vragen over de ketenaansprakelijkstellingen en wat u daartegen kunt doen? Neem dan contact op met uw belastingadviseur.