18 januari 2012

Inspecteur mag niet drie jaar na staking ten onrechte gevormde HIR navorderen

NL Actueel Nieuwsberichten Inspecteur mag niet drie jaar na staking ten onrechte gevormde HIR navorderen

Een voormalig exploitante van een kinderdagverblijf, die in 2002 haar onderneming staakte, heeft van de Bredase rechtbank gelijk gekregen dat over de door haar gevormde herinvesteringreserve (HIR) in 2005 niet kon worden geheven. De inspecteur had een navorderingsaanslag IB/PH over het jaar 2002 dienen op te leggen.

 

Medio 2002 verkoopt de exploitante van het kinderdagverblijf het bedrijfspand en de activa aan een stichting. De vrouw doteert de boekwinst die zij behaalt aan een HIR. In 2009 deelt de inspecteur aan haar mee dat de in 2002 gevormde HIR in 2005 moet vrijvallen.

­­

Rechtbank Breda oordeelt echter dat de vrouw haar onderneming in 2002 heeft gestaakt. Dit betekent dat zij de boekwinst niet aan een HIR had kunnen doteren en dat de stakingswinst in 2002 belast had moeten worden. Verder geeft de rechtbank nog aan dat het beroep op de foutenleer de inspecteur ook niet kan baten, aangezien de onderneming in 2002 is gestaakt. De inspecteur had alleen over 2002 kunnen navorderen. De rechtbank vermindert de aanslag.

Deze pagina doorsturen