31 januari 2012

Inspecteur berekent voorkoming dubbele belasting profsporter te laag

NL Actueel Nieuwsberichten Inspecteur berekent voorkoming dubbele belasting profsporter te laag

Rechtbank Breda heeft onlangs uitspraak gedaan over de berekening van de voorkoming van dubbele belasting van een in Nederland wonende profvoetballer. De sportman had niet alleen recht op een voorkoming voor het overgrote deel van de ontvangen premies voor deelname aan wedstrijden in Europese sporttoernooien en de Europese sportcompetitie, maar ook voor een deel van zijn Nederlandse basissalaris.

 

Het betrof dat deel van het basissalaris dat verband hield met het ‘publieksgerichte optreden’ (wedstrijden) in het andere land en daarmee (in dat land en dat optreden) samenhangende tijdsbesteding zoals trainingen, beschikbaarheidsdiensten, reizen en noodzakelijk verblijf. Er bestond geen recht op voorkoming voor dagen die de voetballer in een ander land had doorgebracht voor trainingskampen.

­

Verder was de rechtbank van oordeel dat inspecteur de noemer van de zogeheten voorkomingsbreuk (het aantal werkdagen in het betreffende jaar) onjuist had vastgesteld. Hij had alle weekenddagen (104 stuks) buiten beschouwing gelaten. Volgens de voetbal-cao had de profvoetballer recht op 2 vrije dagen in de week die niet noodzakelijkerwijs in het weekend vielen.

­

De inspecteur had daardoor de voorkoming van dubbele belasting op twee manieren te laag berekend en zelfs tegen beter weten in een onhoudbaar standpunt ingenomen nadat in 2007 de Hoge Raad arrest had gewezen hoe de berekening van de voorkoming bij een topsporter moet verlopen. Dat leverde de voetballer een hogere proceskostenvergoeding op dan de forfaitaire proceskostenvergoeding en ook een schadevergoeding wegens het talmen met het doen van een uitspraak op bezwaar.

Deze pagina doorsturen