Bent u heffingsrente verschuldigd over te betalen belasting? Dan kan het gebeuren dat de datum vanaf wanneer de heffingsrente wordt berekend, vóór de datum ligt waarop de belaste inkomsten zijn genoten. Op 1 juni 2010 oordeelde het Gerechtshof Arnhem geoordeeld dat wanneer de heffingsrente hierdoor buitensporig hoog wordt, de renteberekening pas mag starten na de datum waarop de inkomsten zijn genoten. Heeft de belastingdienst u heffingsrente ‘voor de baat uit’ in rekening gebracht? Probeer of u dit kunt herstellen!
Periode berekening heffingsrente
Wordt u na een bepaalde datum nog belasting verschuldigd? Dan brengt de belastingdienst heffingsrente in rekening. Voor de vennootschapsbelasting gold tot en met 2004 en voor de inkomstenbelasting gold tot en met 2005, dat de berekening van heffingsrente begon op de eerste dag van het daaropvolgende jaar. Over een aanslag inkomstenbelasting 2005 werd dus heffingsrente berekend vanaf 1 januari 2006 tot de dagtekening van de aanslag. De datum waarop de renteberekening begon lag dus altijd na de datum waarop de inkomsten waren genoten. Dit systeem wijzigde voor de vennootschapsbelasting in 2005 en voor de inkomstenbelasting in 2006. Vanaf die jaren begon de berekening van heffingsrente halverwege het belastingjaar. Over een aanslag inkomstenbelasting 2006 wordt dus heffingsrente berekend van 1 juli 2006 tot de dagtekening van de aanslag.
Casus
In de voornoemde zaak waarover het Gerechtshof Arnhem oordeelde, had een ondernemer op 30 november 2006 met de verkoop van aandelen 70 miljoen euro belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang genoten. Ter beperking van de heffingsrente had de ondernemer kort na 30 november 2006 al verzocht om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2006, die op 9 februari 2007 werd opgelegd. Daarbij werd volgens de hoofdregel heffingsrente berekend vanaf 1 juli 2006, terwijl het inkomen pas op 30 november 2006 (5 maanden later) was genoten. De heffingsrente over de periode van 1 juli 2006 tot en met 30 november 2006 bedroeg bijna 300.000 euro. Nadat een bezwaarschrift van de belastingplichtige door de inspecteur was afgewezen, besliste de Rechtbank Arnhem dat de berekeningsmethode van heffingsrente voor belastingplichtigen zowel voordelig als nadelig kon uitvallen. Hierdoor voldeed de keuze van de wetgever voor die berekeningsmethode aan de – door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens – gestelde voorwaarde van een ‘fair balance’ tussen het algemene belang en het individuele belang. In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Arnhem dat die 300.000 euro heffingsrente een met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens strijdige buitensporige last vormde. De heffingsrente mocht slechts worden berekend over de periode van 1 december 2006 (daags na de verkoop van de aandelen) tot 9 februari 2007.
Nog geen duidelijkheid
Helaas is met deze uitspraak niet vast komen te staan vanaf welk bedrag sprake is van een buitensporige last. Bovendien is de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem nog niet definitief. De staatssecretaris van Financiën kan hiertegen nog in cassatie gaan. Bent u in uw ogen met een buitensporig hoge heffingsrente geconfronteerd, over een periode voorafgaande aan de datum waarop u een belastbare bate heeft genoten? Neem dan contact op met uw adviseur bij Grant Thornton.
Wijziging per 1 januari 2010
Overigens is de berekening van heffingsrente met ingang van 1 januari 2010 weer gewijzigd in het oorspronkelijke systeem, waarbij dus pas heffingsrente na afloop van het belastingjaar wordt berekend. Met ingang van het belastingjaar 2010 kan heffingsrente daarom geen buitensporige last meer zijn.