Een werkgever die de aangiften inkomstenbelasting van zijn werknemers laat verzorgen door een belastingadvieskantoor, en de kosten hiervan niet verhaalt, verstrekt loon in natura. De waarde van deze verstrekking is het door het belastingadvieskantoor aan de werkgever in rekening gebrachte bedrag.
De werkgever heeft een aantal uit het buitenland afkomstige - extraterritoriale- werknemers in dienst waarvoor zij een fiscaal adviesbureau de aangiften inkomstenbelasting laat verzorgen. De daarmee gemoeide kosten neemt de werkgever voor haar rekening.
Dit leidt na een boekenonderzoek tot naheffingsaanslagen bij de werkgever. Bij de berekening van de correctie gaat de inspecteur uit van een netto beloning inclusief toepassing van de 30 procent vergoedingsregeling. De inspecteur legt over twee tijdvakken naheffingsaanslagen op, verhoogd met een boete van 25 procent. Bij uitspraak op bezwaar matigt hij de boeten tot de helft maar handhaaft hij de naheffingsaanslagen.
De werkgever is van mening dat verstrekking in natura moet worden gesteld op de gemiddelde prijs die een gemiddeld belastingadvieskantoor in rekening brengt voor het verzorgen van een aangifte. De inspecteur is van mening dat de waarde in het economische verkeer gelijk is aan het door de werkgever betaalde bedrag voor het verzorgen van de aangiften.
Rechtbank Haarlem bevestigt het standpunt van de inspecteur. De waarde in het economische verkeer van de verstrekking is gelijk aan het door het belastingadvieskantoor aan de werkgever in rekening gebrachte bedrag. De werkgever heeft namelijk niet gesteld en ook niet aannemelijk gemaakt dat het belastingadvieskantoor een ander bedrag in rekening heeft gebracht dan wat zij normaal gesproken voor overeenkomstige diensten aan andere cliƫnten in rekening brengt.
De rechtbank draagt de inspecteur wel op de naheffingsaanslag over het tijdvak 2003 t/m 2005 te herrekenen als ter zitting blijkt dat de werkgever in die jaren een bedrag (tussen de 245 euro en 350 euro) als correctiepost op het loon voor het verzorgen van de aangifte in aanmerking heeft genomen.
De rechtbank acht de opgelegde boeten passend en geboden en ziet geen aanleiding om deze verder te matigen.