12 januari 2012

Geactualiseerde beleidsstandpunten inzake herinvesteringsreserve

NL Actueel Nieuwsberichten Geactualiseerde beleidsstandpunten inzake herinvesteringsreserve

Het ministerie van Financiën heeft onlangs een nieuw verzamelbesluit uitgebracht met daarin geactualiseerde beleidsstandpunten over de herinvesteringsreserve (HIR). De actualiseringen zijn noodzakelijk geworden doordat beleidsstandpunten uit twee voorgaande besluiten door tijdsverloop of rechtspraak zijn achterhaald.


De geactualiseerde standpunten betreffen onder meer:

 

Onttrekking en inbreng in andere onderneming

Een goedkeuring bij de boekwinst bij onttrekking en inbreng in een andere onderneming. Er bestaat een wettelijke faciliteit die erin voorziet dat fiscale belemmeringen worden weggenomen ingeval een ondernemer een onderneming staakt en daarbij behaalde winst aanwendt voor investeringen in een nieuwe onderneming. Op dit punt geldt nu een goedkeuring. Deze houdt in dat de faciliteit ook geldt voor bedrijfsmiddelen die de ondernemer met of bij de staking heeft onttrokken aan de oude onderneming en die vervolgens heeft ingebracht in de nieuwe onderneming. Hierbij wordt de inbreng als aanschaf gezien en de waarde van het ingebrachte bedrijfsmiddel als aanschaffingskosten aangemerkt.

 

Gedeeltelijk gebruik boekwinst

Een gedeeltelijk gebruik van boekwinst. Als niet het voornemen bestaat om de gehele opbrengst van een vervreemd bedrijfsmiddel te herinvesteren, kan volgens de letterlijke wettekst geen HIR worden gevormd. Echter op basis van een redelijke wetstoepassing kan voor het deel waarvoor wel het voornemen bestaat om de opbrengst te herinvesteren, een HIR te vormen. Voor het overige deel is dat niet mogelijk of moet vrijval (in de winst) plaatsvinden.

 

Ruilarresten

De werkingssfeer van de HIR en de ‘ruilarresten’ bij normale verkoop uit handelsvoorraad. Als vorming van een HIR niet mogelijk is omdat geen sprake is van een bedrijfsmiddel, komt de vraag op of de ruilarresten toepassing kunnen vinden. Dat is het geval als bijvoorbeeld twee leveranciers op verschillende locaties hun voorraden ruilen zodat zij op een bepaalde locatie aan de vraag kunnen voldoen. De ruilarresten zijn echter niet van toepassing bij normale verkoop uit een handelsvoorraad. Er is dan sprake van het maken van omzet om daarmee winst te behalen.

 

Driejaarstermijn

De driejaarstermijn van de HIR. Bij aanvang of staking van een onderneming kan een boekjaar langer of korter zijn dan twaalf maanden. Bij de bepaling van de driejaarstermijn waarbinnen een gevormde HIR uiterlijk kan worden afgeboekt, gaat het om de (boek)jaren waarover de belasting wordt geheven. Daarbij is niet van belang of een boekjaar korter of langer is dan twaalf maanden of de resultaten omvat van meer dan twaalf maanden. De driejaarstermijn heeft dus betrekking op drie boekjaren.

 

Overheidsingrijpen

Overheidsingrijpen. Er gelden enkele aanvullende regels voor de HIR bij overheidsingrijpen. Bepaalde situaties kwalificeren als overheidsingrijpen. Dit geldt ook voor een besluit of regeling waardoor een uitbreiding van een onderneming in belangrijke mate wordt beperkt door een overheidsbesluit (op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu). Er geldt nu een goedkeuring volgens welke de beslissing van een ondernemer om een voorgenomen uitbreiding door eerdergenoemd besluit op kleinere schaal door te voeren, kwalificeert als een beperking als gevolg van dat besluit. Ook geeft de goedkeuring aan hoe de beperking moet worden gemeten.

 

Ondergrond en grond

Ondergrond en grond. Voor bedrijfsmiddelen waarop niet pleegt te worden afgeschreven (zoals grond) geldt de eis van zelf de e conomische functie van het vervangende bedrijfsmiddel om een HIR te kunnen afboeken op het vervangende bedrijfsmiddel. Deze eis geldt niet bij overheidsingrijpen. Het besluit bevat een bijkomende goedkeuring voor het deel van de boekwinst dat toerekenbaar is aan het niet-afschrijfbare bedrijfsmiddel. Daardoor is het bijvoorbeeld mogelijk dat de boekwinst op ondergrond van kassen kan worden afgeboekt op (landbouw)grond.

 

Aandeelhoudersbelang

Wijziging in (uiteindelijk) aandeelhoudersbelang. Een herinvestering die samenhangt met de wijziging ‘in belangrijke mate van het uiteindelijke belang’ in een vennootschap leidt ertoe dat een HIR aan de winst moet worden toegevoegd én dat geen HIR mag worden gevormd als het besluit tot vervreemding van het bedrijfsmiddel vóór de belangenwijziging is genomen. De staatssecretaris neemt daarbij het standpunt in dat bovengenoemde gevolgen ook intreden als de herinvestering al vóór de belangenwijziging heeft plaatsgevonden en aannemelijk is dat de herinvestering heeft plaatsgevonden ten behoeve van de nieuwe aandeelhouder(s).

­

Het besluit is op 22 december 2011 in werking getreden en werkt terug tot en met 9 december 2011.

Deze pagina doorsturen