3ca2
Rechtbank Arnhem heeft onlangs geoordeeld dat de ontvanger van de Belastingdienst niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bestuurder van twee bv’s zou weten dat er jarenlang onjuiste btw-aangiften werden gedaan. Volgens de rechter vertrouwde de bestuurder terecht op het toezicht van de externe accountant.
De man is (middellijk) bestuurder van twee bv’s, die onderdeel zijn van een groot transportconcern. In 2006 wordt de controller van het concern op staande voet ontslagen wegens disfunctioneren en wordt de externe accountant vervangen. Ten aanzien van de sale and lease back-overeenkomst, die eind 2006 plaatsvond in het kader van een herstructurering van het concern, adviseert de nieuwe externe accountant medio 2007 om deze transacties met terugwerkende kracht inclusief btw te factureren. Mede als gevolg hiervan worden naheffingsaanslagen omzetbelasting en loonheffing aan de bv’s opgelegd. De bv’s gaan medio 2008 failliet. In geschil is of de bestuurder door de ontvanger van de Belastingdienst terecht voor de belastingschulden aansprakelijk is gesteld.
Rechtbank Arnhem oordeelt dat de Belastingdienst niet aannemelijk maakt dat de bestuurder wist dat er jarenlang onjuiste btw-aangiften werden gedaan. Van hem kon namelijk in redelijkheid niet worden verlangd dat hij zelf de juistheid van alle btw-aangiften controleerde. Hij vertrouwde terecht op het toezicht dat de externe accountant daarop hield. Aangezien de betalingsonmacht rechtsgeldig is gemeld en ook geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur, worden de beschikkingen aansprakelijkstelling vernietigd.