Sommige particuliere pensioen bv’s zijn of worden als gevolg van beleggingsverliezen geconfronteerd met een dekkingsgraad van (ver) beneden de 100 procent. Voor met name oudere pensioengerechtigden zal het uiterst moeilijk, zo niet onmogelijk, zijn deze onderdekking nog te herstellen. staatssecretaris (nu minister) De Jager van Financiën geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan dat hij hiervan op de hoogte is, maar niet van plan is een oplossing aan te reiken. Accountancy- en adviesorganistie Grant Thornton vindt dat er veel kritische punten zijn en waarschuwt ondernemers.
Een particuliere pensioen bv (eigenbeheerlichaam) kan bij tegenvallende beleggingsresultaten worden geconfronteerd met een lage dekkingsgraad als zij haar middelen belegt in risicodragende vermogensbestanddelen of als zij op een andere manier vermogensverliezen lijdt. Deze onderdekking zal in het algemeen niet tot problemen leiden als de ingangsdatum van het pensioen nog ver weg is. Bij een dicht(er)bij liggende pensioeningangsdatum zal de pensioengerechtigde (de directeur-grootaandeelhouder) minder in staat zijn de onderdekking te herstellen.
Dat de pensioengerechtigde minder in staat is tot herstel is inherent aan de keuze om de risicodragende beleggingen van het lichaam niet om te zetten in risicomijdende waarden naarmate de pensioeningangsdatum dichterbij komt of is gekomen. Dit omzetten naar risicomijdende waarden is een gebruikelijke wijze van uitvoering en is nu op basis van de zorgplicht als verplichting opgenomen in de Pensioenwet.
De Belastingdienst wijst verzoeken tot pensioenverlaging om de dekking te herstellen af, omdat er geen sprake is van faillissement, surseance van betaling of schuldsanering van de particuliere pensioen bv. Volgens de Wet op de loonbelasting (artikel 19b) behoort de pensioenaanspraak tot het loon als een bij een eigenbeheerlichaam ondergebrachte aanspraak geheel of gedeeltelijk wordt prijsgegeven. De pensioenaanspraak wordt dan op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip als loon uit vroegere dienstbetrekking aangemerkt.
Dit is alleen anders voor zover de aanspraak 'niet voor verwezenlijking vatbaar' is. Het moet dan gaan om dwingende maatschappelijke redenen, zoals surséance van betaling, faillissement of schuldsanering. De staatssecretaris is niet van plan om de definitie van 'niet voor verwezenlijking vatbare aanspraken' in de Wet op de loonbelasting aan te passen of te verruimen om af te zien van pensioenafspraken voor situaties van onderdekking in de pensioen bv.
Volgens de staatssecretaris is er ook geen sprake van een ongelijke fiscale behandeling tussen een gepensioneerde die een onder de Pensioenwet vallend pensioen heeft en een directeur-grootaandeelhouder die zijn pensioen opbouwt in een eigenbeheerlichaam. De eerstgenoemde heeft geen doorslaggevende invloed op het beleggingsbeleid van het pensioenfonds, terwijl de laatstgenoemde geheel zelf kan bepalen hoe de middelen van het eigenbeheerlichaam worden aangewend.
De staatssecretaris beperkt de mogelijkheden voor afzien van pensioen in eigen beheer slechts tot faillissement, surseance van betaling en schuldsanering. In de parlementaire behandeling zijn deze situaties slechts als voorbeelden genoemd van 'dwingende maatschappelijke redenen'. Er is dus beslist geen sprake van een limitatieve opsomming zoals de Staatssecretaris suggereert, vind Edzo Boven, pensioenadviseur bij Grant Thornton.
De opvatting van de Staatssecretaris leidt ertoe, dat ook niet wordt meegewerkt aan het verlagen van pensioenuitkeringen, op basis van hetgeen wel in de besloten vennootschap aan middelen aanwezig is. "Volgens de staatssecretaris moet het oorspronkelijk toegezegde pensioen uitgekeerd gaan worden, tot er geen geld meer aanwezig is. Het gevolg is, dat reeds na een aantal jaren de uitkeringen gestaakt dienen te worden", aldus Boven. "Voor gewone werknemers is vorig jaar gesproken over het 'afstempelen (verlagen) van pensioen' als een pensioenfonds niet voldoende middelen meer heeft. Deze 'dwingend maatschappelijke reden' zou nu niet gelden voor eigen beheer situaties!"
Als ander voorbeeld noemt Edzo Boven het (tijdelijk) achterwege laten van indexatie van het pensioen. "Voor een directeur grootaandeelhouder die zijn pensioen in eigen beheer opbouwt zal het achterwege laten van indexatie van een reeds ingegaan pensioen als afzien van pensioenaanspraken aangemerkt worden en zal leiden tot de door de staatssecretaris omschreven gevolgen. Nu het afgelopen jaar een aantal pensioenfondsen de pensioenen voor gewone werknemers ook niet hebben geïndexeerd, zou de staatssecretaris ook in eigen beheer situaties een wat flexibeler opstelling kunnen laten zien. Zeker bij het afzien van indexeren van een reeds ingegaan eigen beheer pensioen komt dit standpunt vreemd over." In eigen beheer mag immers fiscaal niet voor deze indexatie gereserveerd worden. "Deze indexatie toezegging heeft in eigen beheer dus ook niet tot fiscaal voordeel geleid, maar leidt in de opinie van de staatssecretaris nu wel tot fiscale sancties als daarvan wordt afgezien", vertelt Boven.
"Voor pensioenen in de opbouwfase kunnen middels een juiste vastlegging vaak problemen voor de toekomst worden voorkomen. Ondernemers kunnen bijvoorbeeld de pensioendotaties stopzetten of een niet geïndexeerd pensioen toekennen. Schakel bij dergelijke trajecten wel een pensioenadviseur in", adviseert Boven.