In een besluit van 3 januari 2008 kondigt de staatssecretaris van Financiën aan dat alle dga’s die voor het salaris uit hun BV als ondernemer werden beschouwd, vanaf 18 oktober 2007 deze status kwijt zijn. De dga die bedrijfsmiddelen heeft aangeschaft, moet in één keer de BTW hierover afrekenen en dat is geen goed nieuws voor veel dga’s, zeker niet voor degenen die de BTW op hun woon-werkpand volledig hebben teruggevraagd. Wij geven hieronder de gevolgen in een notendop.
Besluit geldt niet voor alle dga’s
In 2002 heeft de Hoge Raad beslist dat dga’s kwalificeren als BTW-ondernemer indien zij salaris ontvangen uit hun BV, waarin zij meer dan 50 procent van de aandelen houden. Op 18 oktober 2007 heeft het Europese Hof van Justitie echter beslist dat van ondernemerschap geen sprake is. In het besluit gaat de staatssecretaris in op de gevolgen die het arrest van het Hof in zijn visie voor de praktijk heeft. Het besluit beperkt zich tot dga’s die voor hun salaris als BTW-ondernemer werden beschouwd. De reguliere IB-ondernemer/eenmanszaak en de privépersoon/ verhuurder van onroerende zaken blijven buiten schot.
Gevolgen in een notendop
De staatssecretaris gaat allereerst in op de terugwerkende kracht van het arrest. Hij erkent dat arresten van het Hof van Justitie volgens vaste jurisprudentie terugwerkende kracht hebben, maar beperkt de terugwerkende kracht tot 18 oktober 2007. Volgens het besluit geldt vanaf die dag dat de dga:
Het besluit bevat enkele goedkeuringen die het leed wat moeten verzachten en de dga in staat moeten stellen de nadelige gevolgen te beperken. Voor veel dga’s zal het daarom allemaal niet zo spannend zijn, maar degenen die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid BTW op hun woon-werkpand volledig in aftrek te nemen, zullen daar heel anders over denken: zij moeten van de staatssecretaris de eerder teruggevraagde BTW volgens de herzieningsbepalingen in één keer aangeven en terugbetalen.
Voor de specifieke gevolgen voor uw situatie kunt u contact opnemen met uw BTW-adviseur.