Het ambtshalve verminderen van een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting door de belastingdienst in plaats van het opleggen van negatieve voorlopige aanslag, is in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Omdat een BV hierdoor heffingsrente is misgelopen, moet de belastingdienst deze nu alsnog vergoeden.
Casus
Aan een BV wordt een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2007 opgelegd naar een geschat belastbaar bedrag van 214.890 euro. Nadat de BV aangifte heeft gedaan, vermindert de inspecteur op 20 september 2008 de aanslag ambtshalve berekend naar een belastbaar bedrag van 24.564 euro.
Invorderingsrente
Over de teruggaaf vergoedt de belastingdienst geen heffingsrente. Wel ontvangt de BV invorderingsrente over de periode vanaf 1 januari 2008. Was de aanslag niet verminderd door een ambtshalve vermindering maar door een nadere voorlopige aanslag, dan had de BV heffingsrente vergoed gekregen over de periode vanaf 1 juli 2007.
Evenredigheidsbeginsel
Hof Arnhem beslist dat het ambtshalve verminderen van de aanslag door de belastingdienst in plaats van het opleggen van negatieve voorlopige aanslag in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De inspecteur had bij zijn keuze tussen ambtshalve vermindering en het opleggen van een nadere voorlopige aanslag rekening moeten houden met het gebrek aan rechtsbescherming bij een ambtshalve vermindering en het rentenadeel dat de BV hierdoor lijdt.
Alsnog heffingsrente
Rekening houdend met alle belangen had de inspecteur moeten kiezen voor een nadere voorlopige aanslag. De BV krijgt alsnog heffingsrente vergoed.
Bevestiging standpunt Grant Thornton
De hierboven beschreven uitspraak is opnieuw een bevestiging van de uitkomst van de eerder door Grant Thornton bij de Nationale Ombudsman voorgelegde casus. Bij het controleren van opgelegde aanslagen en verminderingsbeschikkingen houden wij de handelwijze van de fiscus ten aanzien van de keuze voor een verminderingsbeschikking of nadere voorlopige aanslag nauwkeurig voor u in de gaten.