Een inspecteur heeft tijdens de voorperiode van de bv terecht rekening gehouden met een arbeidsbeloning voor de directeur-grootaandeelhouder (dga). Het afzien door de dga van de arbeidsbeloning is namelijk onzakelijk, aldus rechtbank Arnhem.
De dga brengt zijn onderneming per 1 juli 2005 ruisend in een bv in. De inspecteur corrigeert de aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2005 omdat de dga gedurende de voorperiode geen arbeidsbeloning in aanmerking heeft genomen. Hij telt 5.500 euro per maand bij voor de eerste zes maanden van het jaar 2005.
De dga vindt dat er geen sprake is van een te belasten resultaat, omdat hij voor zijn werkzaamheden in de voorperiode geen vergoeding heeft ontvangen. De rechtbank is het hier niet mee eens. De dga heeft voor de onderneming arbeid verricht. Deze arbeid is in de periode vóór de oprichting en ook daarna gelijk gebleven.
Normaal gesproken zou door een onafhankelijke derde met de door de dga verrichte arbeid in het economische verkeer een voordeel worden behaald. Dat de dga, voor de nog op te richten bv, heeft afgezien van een arbeidsvergoeding moet dan ook als onzakelijk worden aangemerkt.
Het inkomen dat in de voorperiode wordt genoten, moet worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. Het resultaat uit overige werkzaamheden moet bepaald worden met uitschakeling van onzakelijke elementen. Omdat het afzien van een arbeidsvergoeding onzakelijk is, betekent dit dat een zakelijke arbeidsbeloning in aanmerking moet worden genomen. Tot slot beslist de rechtbank dat de door de inspecteur bepaalde arbeidsbeloning van 33.000 euro (6 x 5.500 euro) niet te hoog is vastgesteld.