13 mei 2011

Afkoop pensioen door grote contante opname uit pensioen-bv

NL Actueel Nieuwsberichten Afkoop pensioen door grote contante opname uit pensioen-bv

Een directeur-grootaandeelhouder (dga) neemt een bedrag van € 311.000 contant op uit de pensioen-bv. Dit is vrijwel het gehele banksaldo van de bv. Er is sprake van een onttrekking ondermeer omdat er geen leningsovereenkomst is opgesteld en de pensioen-bv kan niet langer aan haar pensioenverplichting voldoen. De contante opname leidt dan ook tot een gedeeltelijke afkoop van het pensioen. De gehele pensioenaanspraak van € 715.024 wordt daarom bij de dga in een klap belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.

 

Pensioen-bv
De directeur-grootaandeelhouder (dga)  woont in België en heeft in Nederland pensioen in eigen beheer opgebouwd bij een pensioen-bv. Op 21 december 2004 neemt hij vrijwel het gehele banksaldo van de bv contant op, zonder dat daartoe een leningovereenkomst is opgesteld of zekerheid is verstrekt. De inspecteur neemt bij de aanslag inkomstenbelasting een bedrag van € 715.024 als afkoop van pensioen in aanmerking. De dga vindt dit niet terecht maar rechtbank Breda beslist dat de dga door het onttrekken van het geld zijn pensioen feitelijk gedeeltelijk heeft afgekocht. De gehele pensioenaanspraak is dus terecht aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. De dga is het niet eens met deze uitspraak en gaat in hoger beroep.

 

Geld te leen

De dga stelt dat hij het van de bankrekening van de pensioen-bv op 21 december 2004 contant opgenomen bedrag van € 311.000 ter leen heeft ontvangen. Om zijn stelling te onderbouwen verwijst hij naar een overeenkomst van geldlening gedateerd 27 januari 2005.

 

Leningsovereenkomst

Hof Den Bosch beslist dat ondanks de overlegging van de op 27 januari 2005 gedateerde leningovereenkomst niet aannemelijk is geworden dat deze overeenkomst al op 21 december 2004 bestond. Volgens de tekst van deze overeenkomst zijn "per heden" gelden ter leen verstrekt door de pensioen-bv aan de dga. Nog afgezien van de werkelijke datum waarop deze overeenkomst door partijen is ondertekend, staat in ieder geval vast dat dit op zijn vroegst 27 januari 2005 was. De enige conclusie die getrokken kan worden uit de tekst van de overeenkomst is dat niet eerder dan 27 januari 2005 gelden te leen zijn verstrekt aan de dga.

 

Geldlening niet bewezen

De hele gang van zaken duidt er eerder op dat de dga bepaald niet het voornemen had een dergelijke overeenkomst te sluiten. De dga heeft namelijk een betaling van een debiteur van de holding - die toen al bijna failliet was - bewust doorgesluisd naar de zojuist geopende Belgische bankrekening van zijn pensioen-bv. De pensioen-bv had weliswaar nog een grote vordering op de holding, maar die was niet volwaardig. Ten slotte is op de balans van pensioen-bv eind 2004 het bedrag van € 311.000 nog steeds onder de liquide middelen opgenomen, terwijl die gelden de vennootschap toen al hadden verlaten. Als sprake was van een geldlening had het voor de hand gelegen dat dit op de balans tot uitdrukking was gebracht door opname van een schuldvordering op de dga.

 

Onttrekking

Gezien dit alles vindt het hof het dan ook aannemelijk dat de dga op 21 december 2004 een bedrag van € 311.000 aan de pensioen-bv heeft onttrokken. Door deze onttrekking kan de pensioen-bv niet meer aan haar pensioenverplichtingen voldoen. Immers, na de opname van het bedrag van € 311.000 bestonden de activa van de pensioen-bv nog uit een vordering op de holding van € 555.874 en een banksaldo van € 7.262, terwijl de pensioenverplichting € 715.024 bedroeg.

 

Pensioenafkoop

Er is dan ook sprake van een gedeeltelijke afkoop van het pensioen en daarom moet de gehele pensioenaanspraak als loon uit vroegere dienstbetrekking worden aangemerkt. De gehele pensioenaanspraak is dan ook terecht belast. Tot slot beslist het hof dat Nederland op basis van het verdrag met België over het bedrag van de afkoop mag heffen.

Deze pagina doorsturen