Verhuurt u als directeur een pand aan uw vennootschap, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (ook wel tbs-regeling genoemd). Alle huurinkomsten en waardeontwikkelingen van het pand maken dan deel uit van uw inkomen in Box 1. Hierover bent u dus progressieve inkomstenbelasting verschuldigd van maximaal 52 procent. In een uitspraak van Hof Den Bosch kwam de vraag aan de orde of de tbs-regeling al van toepassing kan zijn als het pand pas later wordt verhuurd aan de vennootschap. Het Hof oordeelde dat dit inderdaad kan. Deze uitspraak opent mogelijkheden voor ondernemers.
‘Onze’ belastingplichtige was tandarts van beroep. Eind 2000 had hij een pand gekocht waarin hij zijn tandartspraktijk wilde vestigen. In 2001 startte de verbouwing van het pand. Door problemen met de bouwvergunning kwam de verbouwing in 2002 stil te liggen. In 2003 bleek dat het pand niet volledig tot praktijkruimte mocht worden verbouwd, maar wel tot een woning met praktijk aan huis.
Het geschil
In zijn aangifte inkomstenbelasting van 2002 merkte belastingplichtige het pand aan als een ‘tbs-vermogensbestanddeel’ en bracht in dat kader circa 33.000 euro in aftrek. De inspecteur was echter van mening dat van een tbs pas sprake kon zijn vanaf het moment dat de tandarts het pand daadwerkelijk ging verhuren aan de vennootschap. Tijdens de verbouwing was daarvan geen sprake. De inspecteur rekende het pand daarom tot het Box 3-vermogen van belastingplichtige en schrapte uit dien hoofde de kostenaftrek van 33.000 euro.
Oordeel rechtbank Breda
Daarop legde de belastingplichtige de zaak voor aan de rechtbank. Helaas voor de tandarts was het rechtscollege van rechtbank Breda het eens met de inspecteur. Naar zijn mening is het tbs-regime inderdaad pas van toepassing vanaf het moment dat het pand ook daadwerkelijk aan de vennootschap ter beschikking wordt gesteld. Tijdens de verbouwing was dit nog niet het geval.
Oordeel Hof Den Bosch
Belastingplichtige was het ook met dit oordeel niet eens en tekende daarom beroep aan tegen deze uitspraak. Met succes! De rechters van Hof Den Bosch beslisten namelijk dat de belastingheffing voor ‘tbs-vermogenbestanddelen’ zoveel mogelijk moest verlopen op een manier alsof het vermogensbestanddeel deel uitmaakt van het ondernemingsvermogen. De ondernemer die een pand koopt met de bedoeling deze in de (toekomst) voor zijn onderneming te gebruiken, moet dit pand tot zijn ondernemingsvermogen rekenen. Dit betekent dus – zo redeneert het Hof – dat ook een dga die een pand koopt met de bedoeling deze in de toekomst te verhuren aan zijn vennootschap, al vanaf het moment van aanschaf onder het tbs-regime valt. Op grond hiervan oordeelde het Hof dat de tandarts het pand in het jaar 2002 tot zijn ondernemingsvermogen kon rekenen en de kosten in Box 1 in aftrek kon brengen.
Ons oordeel en onze tip
Wij zijn het helemaal eens met het oordeel van Hof Den Bosch. Met de tbs-regeling wilde de wetgever immers zoveel mogelijk aansluiten bij het ondernemingsregime. Het blijft echter betreurenswaardig dat de tbs’er – anders dan de ondernemer – nog steeds niet gebruik kan maken van de MKB-winstvrijstelling. Zoals het er nu uitziet, zal de wetgever hier voorlopig geen verandering in brengen. Daarom kan het onder omstandigheden zeker aantrekkelijk zijn een bedrijfspand door de vennootschap te laten aanschaffen of deze alsnog in te brengen in de vennootschap.