Een man maakt nietsvermoedend gebruik van de gratis hulp bij aangifte op een belastingkantoor. Tijdens deze hulp krijgt de fiscus inzage in zijn administratie waaruit blijkt dat hij een fors aantal jaren een Zwitserse invaliditeitsuitkering heeft genoten. 'Die had u moeten aangeven', zegt de inspecteur en er volgen navorderingsaanslagen over maar liefst zeven jaren. De rechtbank is het ermee eens.
De rechter in Den Haag vindt namelijk dat er een 'nieuw feit' is, ondanks dat de afdeling Toeslagen van Belastingdienst wel van de uitkering op de hoogte was.
Navorderen gebeurt wanneer de Belastingdienst niet eerder op de hoogte kon zijn van inkomsten of vermogensbestanddelen. Er moet dus sprake zijn van een 'nieuw feit'. De Belastingdienst kan ook navorderen als iemand bepaalde inkomsten bewust heeft verzwegen. In dat geval is een 'nieuw feit' niet noodzakelijk.
Voor het belastingjaar 2000 kan de man tegenover de rechter aannemelijk maken dat hij in dat jaar bezig was om de uitkering te krijgen en dat dit pas in 2001 is gelukt. De aanslag over 2000 wordt daarom door de rechtbank vernietigd.
Voor de overige jaren, 2001 t/m 2007, is de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar van toepassing. Er is namelijk sprake van inkomsten uit het buitenland (voor binnenlands inkomsten geldt de normale termijn van vijf jaar). Het doet er niet toe dat de man de uitkering zelf vanuit Zwitserland naar een Nederlandse bankrekening overmaakte.
Let op
De belastinginspecteur mag niet zomaar de verlengde navorderingstermijn toepassen. Hij mag bijvoorbeeld niet treuzelen in het navorderingsproces want dan vervalt de mogelijkheid om een aanslag op te leggen. Informeer dus altijd bij de inspecteur wanneer hij inzage in het nieuwe feit heeft gekregen. In bovenstaande zaak volgden de navorderingen echter binnen de gestelde termijn na het bezoek van de man aan het belastingkantoor.